<--menu top>-->
 

Populatie Bosgeelster ontdekt te Boechout (Antwerpen)

BOECHOUT - Bosgeelster (Gagea lutea) blijft een zeldzame verschijning in Vlaanderen, ook in de literatuur. Ter nagedachtenis aan
de medeauteur van de Flora van België verscheen een In Memoriam J. E. De Langhe met een heruitgave van een artikel over Bosgeelster in het Antwerpse, dat deze schreef in de eerste jaargangen van 'De Wielewaal'. In 1861 gaf Van Heurck een aantal vindplaatsen op langs de Kleine Struisbeek, de Edegemse beek
en de Mansoerbeek iets ten Zuiden van Antwerpen. Enkele jaren geleden werden deze beken al grondig onder de loep genomen door het F.O.N. maar zonder de Bosgeelster te vinden. Teneinde de zoektocht verder te zetten
werd een lenteprogramma opgesteld dat enkele beken ten zuiden van Antwerpen in detail moet inventariseren. Vooral de Hollebeek te Hoboken, die een twijfelachtige toekomst te wachten staat door 'inbreiding', scheen veel te beloven. De Lauwerijkse beek, stromend door Boechout, Hove en Lint werd eveneens opgenomen in het onderzoek. De eerste excursie te Boechout was al een schot in
de roos. Op de oevertop van de toch wel diep uitgegraven beek troffen de floristen een grote pol vogelmelkachtige planten aan. De planten waren net uitgebloeid. De kapvormige bladtop en bloeischede duiden op Bosgeelster. Hier stonden een 50-tal planten, in een grote pol. De omgeving was gekend voor zijn overvloed aan Sneeuwklokje, die echter lang niet meer talrijk zijn. De excursies werden wekelijks verder gezet. Later werd stroomafwaarts een tweede populatie gevonden, waarvan
één exemplaar pas was uitgebloeid. Bij herinrichtingswerken zijn het juist deze kwetsbare soorten die verdwijnen, door afschuinen van oevers, scheppen van plasdras-situaties of bedekking van de oevers met bagger. Het lijkt uitgesloten dat de soort zich kan handhaven onder het willekeurig beheer dat
deze beek ondergaat.

<-- Terug