|
|
<--menu top>--> |
|
De Vinpootsalamander (Triturus helveticus)
De vinpootsalamander wordt ook draadstaart- of zwemvoetsalamander genoemd.
De mannetjes worden 8 cm lang, de vrouwtjes iets groter, tot 9 cm.
De vinpootsalamander blijft dus kleiner dan zijn aanverwante soort, de kleine watersalamander .
De mannetjes zijn in de late lente herkenbaar aan de zwarte zwemvliezen tussen de achtertenen
en aan het draadje aan het uiteinde van de staart.De rug is lichtbruin tot olijfgroen,
de keel is niet gevlekt, de buik wel alhoewel minder duidelijk dan bij de kleine watersalamander
en heeft een lichtgele tot oranjeachtige lengtestreep.
Bij de vrouwtjes is er op de onderzijde van het lichaam nauwelijks een vlektekening te onderscheiden.
Vinpootsalamanders kunnen zowel op het water als op het land overwinteren.
In februari trekken de dieren die op het land hebben overwinterd naar het water.
Paringen vinden plaats in de maanden maart tot en met juni, maar de volwassen dieren zijn vaak
al ruim voor die tijd in het voortplantingswater aanwezig.
De dieren paren in de periode maart - juni. De eieren worden, net als bij andere watersalamanders,
op de blaadjes van waterplanten afgezet.
Vanaf begin juni tot in augustus kunnen de larven in het water worden gevonden.
Bij vinpootsalamanders komt het regelmatig voor dat larven in het water overwinteren.
De larve bereikt een lengte van 3 tot 5 cm.
Op het land verblijven de dieren onder op de grond liggende boomstammen, hout of stenen,
in vermolmde boomstronken of holen en spleten rond worstelstelsels.
De soort is zeldzaam en gaat achteruit, waardoor hij als kwetsbaar wordt beschouwd.
<-- terug
|
|