21 juni 2003 - Nachtvlinder onderzoek in Klein-Zwitserland
MORTSEL-Op 21/06/2003 werd op de Dieseghemhoeve te Mortsel aan nachtvlinder-onderzoek gedaan.
Er werd waargenomen van 23.00 u tot 0.15 u.
De temperatuur ging van 17°C naar 11°C.
Er was geen maan, er waren weinig wolken en er was weinig wind.
Het was een warme dag met wolkenmassa's, meestal was het een heldere hemel.
De omstandigheden waren goed te noemen, het koelde iets te snel af. Na volslagen duisternis: 22.30 u. kwam de aanvlucht pas echt goed op gang.
Er werden 33 soorten geteld en 53 exemplaren, enkel macro-nachtvlinders.
LIMACODIDAE Duponchel, [1845] Familie van de slak-rupsen
Apoda limacodes (Hufnagel, 1766), slakrups: eV- bVIII, 1 generatie.
Voorkomen: een gewone soort in bosachtige gebieden op zandgronden en in de duinen. Soms zwervers buiten deze gebieden. Op sommige vindplaatsen talrijk. Mannetjes zwermen tegen de avond in de zon of zitten op bladeren met het achterlijf omhoog.
Voedselplant: leeft op loofbomen, vooral eiken, rups: VII tot in het voorjaar.
Vindplaatsen: overal.
DREPANIDAE Boisduval, [1828] Familie van de eenstaartjes
Tethea ocularis (Linnaeus, 1758), peppel-or-vlinder: mV-mVIII, 1 generatie.
Voorkomen: een gewonere soort met een lichte voorkeur voor vochtige terreinen.
Voedselplant: (ratel-)populier
Vindplaatsen: overal.
GEOMETRIDAE Leach, [1815]; Familie van de SPANNERS
Lomaspilis marginata (Linnaeus, 1758), gerande spanner: mIV-bX, meerdere generaties.
Voorkomen: overal een gewone soort, soms talrijk!
Voedselplant: loofbomen. Rups: VI-IX.
Vindplaatsen: overal.
Opistograptis luteolata (Linnaeus, 1758), hagedoornvlinder: bIV-mX, meerdere generaties. Voorkomen: een zeer gewone soort in bosachtige streken en parken.
Voedselplant: struiken en loofbomen.
Vindplaatsen: overal.
Biston betularia (Linnaeus, 1758), metertorenkop, zwartgesprenkelde vlinder, peper-en-zoutvlinder: eIV-eVIII, 1 generatie.
Voorkomen: gewoon en verbreid, het aantal donkere exemplaren schijnt weer af te nemen (begin 2000).
Voedselplant: loofbomen.
Vindplaatsen: Overal.
Camptogramma bilineata (Linnaeus, 1758), gestreepte goudspanner: mV-mIX, 1 generatie.
Voorkomen: wijd verspreid, bos- en open gebied, nat en droog. Vliegt overdag en in de schemering, makkelijk te verstoren.
Voedselplant: lage planten. Rups: VIII-w-VI.
Vindplaatsen: Overal.
Eupithecia tenuiata (Hübner, [1813]), wilgendwergspanner: bV-mIX, 1 generatie.
Voorkomen: de eerste melding dateert van 1972, buiten de oude opgave van Guiart. De soort is niet zo zeldzaam als men eerst dacht, in de juiste wilgen populaties treft men deze soort zeker aan! De meeste vindplaatsen zijn gelegen in de Kalkstreek.
Voedselplant: wilgenkatjes, vooral 'boswilg'.
Vindplaatsen: "Omgeving Antwerpen" (Guiart), Antwerpen-Linkeroever, Mortsel, Ekeren, Niel, Schilde.
Eupithecia succenturiata (Linnaeus, 1758), witvlakdwergspanner: mV-eIX, 1 generatie.
Voorkomen: overal verspreid en erg gewoon.
Voedselplant: de rups leeft op Compositae, voornamelijk op Artemisia (Bijvoet) en Tanacetum (Boerewormkruid).
Vindplaatsen: Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Arendonk, Berchem, Berlaar, Bevel, Boechout, Borsbeek, Deurne, Edegem, Emblem, Geel, Gestel, Hoboken, Kalmthout, Kapellen, Merksem, Mortsel, Nijlen, Reet, Schilde, Turnhout, Weelde, Westerlo, Westmalle, Wijnegem.
Gymnoscelis rufifasciata (Haworth, 1809), zwartkamdwergspanner: mII-mXII, 3 generaties.
Voorkomen: erg gewoon in allerlei gebieden, bosranden en tuinen braakgronden, in de winter zelfs in huis aan te treffen.
Voedselplant: op bloemen en vruchten van verscheidene soorten struiken, bomen en planten, o.a. Genista (Heidebrem), Sarothamnus (Brem), Calluna (Struikheide), Clematis (Bosrank), Crataegus (Meidoorn).
Vindplaatsen: Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Arendonk, Berchem, Berlaar, Boechout, Borsbeek, Brasschaat, Ekeren, Gestel, Herentals, Hoboken, Kalmthout, Kapellen, Kessel, Mortsel, Olmen, Postel, Ravels, Schilde, Schoten, 's-Gravenwezel, Westerlo, Westmalle.
NOCTUIDAE Latreille, 1809; Familie van de UILEN
Hypena proboscidalis (Linnaeus, 1758), bruine snuituil: bV-mX, 2 generaties.
Voorkomen: een gewone verschijning in parken en bossen. Het is een erg gewone en verbreide soort. Vliegt in de schemering in de buurt van de voedselplanten.
Voedselplant: voornamelijk op brandnetels. Rups: VII-w-V.
Vindplaatsen: overal.
Prodeltote pygarga (Hufnagel, 1766), donkere marmeruil: bV-mVIII, 1 generatie, soms een 2de tot eIX.
Voorkomen: een erg gewone soort in bosachtig gebied. Houdt van warmte.
Voedselplant: grassen.
Vindplaatsen: overal.
Diachrysia chrysitis (Linnaeus, 1758), koperuil: bV-eX, 2, soms 3 generaties.
Voorkomen: een algemeen verspreide soort met een voorliefde voor ietwat vochtige gebieden. De koperen tekening varieert. Vliegt soms overdag en bezoekt 's avonds bloemen.
Voedselplant: lage planten, vooral brandnetel.
Vindplaatsel: overal.
Abrostola triplasia (Linnaeus, 1758): trigemina (Werneburg, 1864), donker brandnetelkapje: eIV-bX, 2 soms 3 generaties.
Voorkomen: overal voorkomend maar nooit talrijk.
Voedselplant: brandnetel.
Vindplaatsen: Aartselaar, Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Berlaar, Deurne, Geel, Kalmthout, Mortsel, Schilde, Turnhout, Westerlo, Zwijndrecht.
Deltote bankiana (Fabricius, 1787), zilverstreep: mV-bVIII, 1 soms 2 generaties.
Voorkomen: tot ongeveer 1950 was deze soort een lokale en redelijk zeldzame verschijning in vochtige gebieden! Nu, 1975, is de situatie erg gewijzigd: deze soort heeft enorm aan areaaluitbreiding gedaan, en heeft zich aangepast aan meer drogere gebieden, vandaar dat de soort nu bijna overal kan voorkomen! Ze is nu erg gewoon en zo goed als overal te vinden! Vliegt overdag en 's avonds.
Voedselplant: grassen. Rups: VII-VIII. De pop overwintert.
Vindplaatsen: Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Arendonk, Berchem, Berlaar, Bevel, Brasschaat, Emblem, Essen, Geel, Gestel, Herentals, Hoboken, Kalmthout, Kasterlee, Kessel, Lier, Massenhoven, Merksplas, Mol, Mortsel, Nijlen, Olmen, Oorderen, Postel, Schilde, 's-Gravenwezel, Turnhout, Westerlo, Westmalle, Wijnegem, Zoersel, Zwijndrecht.
Hoplodrina octogenaria (Goeze, 1791), = alsines (Brahm, 1791), gewone stofuil: bVI-mVIII, 1 generatie.
Voorkomen: een gewoon uiltje. Overal voorkomend, in droge en in nattere gebieden.
Voedselplant: allerlei lage planten.
Vindplaatsen: overal.
Parastichtis suspecta (Hübner, [1817]), populierenuil: bVI-eVIII, 1 generatie.
Voorkomen : niet gewoon. De soort leeft in bosachtige streken enkel in de Kempen en ten zuiden van Samber en Maas.
Voedselplant: de rups leeft vooal op populier soms ook op berk en wilg, later op lage planten.
Vindplaatsen: Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Arendonk, Essen, Geel, Kalmthout, Kapellen, Kessel, Mortsel, Nijlen, Postel, Ranst, Schilde, Turnhout.
Parastichtis ypsillon ([Denis & Schiffermüller], 1775), wilgenschorsvlinder: bVI-bVIII, 1 generatie.
Voorkomen: vrij algemeen op min of meer vochtige plaatsen. Op droge gronden komt deze soort opvallend minder voor. Een soort van oever-gebieden.
Voedselplant: op populieren en wilgen.
Vindplaatsen: Aartselaar, Antwerpen, Arendonk, Bevel, Boechout, Bouwel, Hoboken, Kalmthout, Kessel, Koningshooikt, Mortsel, Nijlen, Postel, Reet, Turnhout, Wijnegem.
Cosmia trapezina (Linnaeus, 1758), hyena: mVI-bX, 1 generatie.
Voorkomen: overal een algemene soort, bijzonder in bosachtig terrein. Wordt 'hyena' genoemd omdat hij bij voedselschaarste rupsen eet zelfs soortgenoten.
Voedselplant: loofbomen met een voorkeur voor iep.
Vindplaatsen: overal in bosgebieden.
Apamea monoglypha (Hufnagel, 1766), grasworteluil: eV-mX, 1 generatie.
Voorkomen: overal een algemene soort, gewoon en verbreid in in alle gebieden.
Voedselplant: wortels van grassen. De rups overwintert.
Vindplaatsen: overal.
Oligia strigilis (Linnaeus, 1758), gelobd halmuiltje: mV-eVIII, 1 generatie.
Voorkomen: nagenoeg overal met een voorkeur voor vochtiger terreinen, minder talrijk op de droge zandgronden in de Kempen.
Voedselplant: grassen. De rups overwintert.
Vindplaatsen: Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Berchem, Berlaar, Bevel, Boechout, Deurne, Geel, Gestel, Hoboken, Hulshout, Kessel, Merksem, Merksplas, Mortsel, Nijlen, Oelegem, Reet, Retie, Schilde, Turnhout, Wechelderzande, Westmalle, Wilrijk, Zwijndrecht.
Oligia latruncula ([Denis & Schiffermüller], 1775), donker halmuiltje: mV-bVIII, 1 generatie.
Voorkomen: algemeen voorkomend, zonder biotoopvoorkeur.
Voedselplant: grassen. De rups overwontert.
Vindplaatsen: Aartselaar, Antwerpen, Antwerpen-Linkeroever, Berchem, Berlaar, Bouwel, Deurne, Geel, Gestel, Kasterlee, Mortsel, Nijlen, Postel, Reet, Schilde, Turnhout, Westmalle.
Lacanobia oleracea (Linnaeus, 1758), groente-uil: mIV-mX, 2 soms 3 generaties.
Voorkomen: overal een erg gewone soort: tuinen, akkers een echte cultuur-volger.
Voedselplant: veel planten en veldgewassen.Rups: VII-XI. Pop overwintert.
Vindplaatsen: overal.
Mythimna impura (Hübner, [1808]), stompvleugelgrasuil: eV-eX, 2 generaties.
Voorkomen: overal algemeen. Geen biotoopvoorkeur, als er maar grassen groeien.
Voedselplant: grassen. De rups is nachtactief en overwintert.
Vindplaatsen: overal.
Mythimna comma (Linnaeus, 1761), komma-uil: mV-eVII, 1 generatie, soms een 2 de gen. mIX-mX.
Voorkomen: een gewone soort op (droge) zandgronden.
Voedselplant: grassen. De rups overwintert in een cocon.
Vindplaatsen: overal.
Axylia putris (Linnaeus, 1761), houtspaander: bV-mIX, 2 generaties.
Voorkomen: een gewone soort, in vele biotopen. Wordt bijna overal in wisselend aantal waargenomen. De vlinder lijkt in rusthouding op een stukje hout.
Voedselplant: (wortels) van lage planten en grassen.
Vindplaatsen: de lijst vermeldt 23 vindplaatsen.
Noctua pronuba Linnaeus, 1758: huismoeder, hooivlinder: mIV-eX, 1 generatie.
Voorkomen: overal een erg gewone soort. Rups verspreiding door de wind over grote afstanden zwevend aan spindraden. Komt in koudere periodes in huis. De kleur van de boven vleugels varieert zeer sterk.
Voedselplant: allerlei lage planten en groenten. Rups: IX-w-bV.
Vindplaatsen: overal.
Noctua comes (Hübner, [1813]), volgeling: mV-mX, 1 generatie. Voorkomen: een gewone soort in bossen op zandgronden Bijna overal te vinden. Voedselplant: lage planten, ook bomen en struiken. Rups: VIII-w-V. Vindplaatsen: de lijst vermeldt 16 vindplaatsen.
Xestia c-nigrum ([Denis & Schiffermüller], 1775), zwarte c-uil: mIV-eXI, 2 soms 3 generaties. Voorkomen: overal een zeer gewone soort. De herfstgeneratie talrijker dan die van het voorjaar. Voedselplant: brandnetel en andere planten. Vindplaatsen: overal.
Xestia triangulum (Hufnagel, 1766), driehoekuil: eV-eX, 1 generatie. Voorkomen: een vrij verspreide soort op vele grondsoorten met een voorkeur voor zandgronden. Voedselplant: planten, bomen en struiken. Rups: IX-w-V. Vindplaatsen: overal.
Agrotis exclamationis (Linnaeus, 1761), gewone worteluil: mV-mX, 2 generaties. Voorkomen: overal erg gewoon. Vooral parken en tuinen. Voedselplant: wortels van lage planten en grassen. Vindplaatsen: overal.
Agrotis segetum ([Denis & Schiffermüller], 1775), gewone velduil: bV-mXI, 2 generaties. Voorkomen: een zeer gewone uil, Het dier komt overal en in aantal voor. Voedselplant: wortels vooral op lage planten en grassen. Vindplaatsen: overal.
ARCTIIDAE Leach, [1815]; Familie van de BEREN
Spilosoma luteum (Hufnagel, 1766), Gele tijger: mIV-mIX, 2 generaties. Voorkomen: algemeen verspreid. Een gewone soort in vele biotopen zowel droog als nat. Voedselplant: lage planten en struiken. Rups: VII-X, vooral IX. Pop overwintert in een spinsel in de grond. Vindplaatsen: overal.
Tyria jacobaeae (Linnaeus, 1758), sint-jacobsvlinder: eIII-mVIII, 1 generatie. Voorkomen: lokaal en gebonden aan de voedselplant. Op de juiste plaatsen kan de vlinder samen met de rupsen erg talrijk voorkomen. Meestal zijn de voedselplanten totaal kaal gevreten.
Voedselplant: monofaag op Senecio jacobaea (Jacobskruiskruid).
Vindplaatsen: overal op zandgronden waar de voedselplant staat. (waargenomen als rups!)
Besluit: het was een gunstige avond, hadden we langer kunnen waarnemen dan was het soortenaantal wellicht nog wat opgelopen. Goede soorten waren: Eupithecia tenuiata (Hübner, [1813]), Wilgendwergspanner en Parastichtis suspecta (Hübner, [1817]), Populierenuil.
De commentaar betreft steeds de provincie Antwerpen tenzij anders vermeld.
Steeds tot verdere inlichtingen bereid:
Guido De Prins
<-- terug
|