|
|
<--menu top>--> |
|
De Kleine Watersalamander (Triturus Vulgaris)
De Kleine Watersalamander is een slanke salamander met gladde, fluwelige, soms iets korrelige huid.
De rug is donkerbruin of groenbruin met grote en iets kleinere donkerbruine vlekken, keel oranje met zwarte vlekjes.
De buik is gevlekt en heeft op het midden een helder oranje tot rode band.
De mannetjes hebben tijdens de paartijd een hoge rugkam en huidzoomen aan de achtertenen en worden 10 cm lang, de vrouwtjes zijn
iets kleiner,hebben enkel een staartzoom over het ganse lichaam.
De mannetjes hebben op de kop 5 tot 7 donkerbruine strepen.
De larve van de Kleine Watersalamander is vrij licht gekleurd en niet te onderscheiden van de Vinpootsalamander.
Deze salamander komt het meest voor in lichte bossen, bos en akkerranden, parken en tuinen.
Hij paaitvooral in ondiepe, plantrijke vijvers, polen, sloten en greppels.
Hij heeft de kortste voortplantingsperiode van onze 4 inheemse soorten. De volwassen dieren verlaten vrij snel het water,
namelijk begin mei. Paartijd is van april en duurt tot het einde van mei.
Het vrouwtje legt meestal tussen maart en mei 200 a 300 eitjes, elk afzonderlijk in een gevouwen blad van een waterplant.
Na 2 to 4 weken komen de larven uit de eitjes en metamrfoseren meestal augustus - september.
Hun voedsel bestaat meestal uit wormen, slakken en kleine insekten.
<-- terug
|
|