<--menu top>-->
 

De hazelworm (Anguis Fragilis) op Klein-Zwitserland

Anguis betekent Paling en fragilis is broos (afbreekbare staart). De hazelworm werd al enkele malen waargenomen op Klein-Zwitserland; vandaar de interesse om wat meer over dit dier te weten te komen. De hazelworm is geen worm, het is een reptiel. Hij lijkt op een slang maar is een potloze hagedis. Hazelwormen zijn koudbloedig; wat wil zeggen dat hun bloed en de rest van hun lichaam dezelfde temperatuur heeft als de omgeving. Ondanks het feit dat hij geen zichtbare benen heeft; zijn deze wel aanwezig in het geraamte van de hazelworm. Hij heeft ook bewegende oogleden in tegenstelling tot slangen en een korte weinig gevorkte tong. De kleur varieert van koperbruin (meestal vrouwtjes) tot zeewierbruin, lichtkoper en grijs. Er loopt een zwarte streep langs de flank. Vrouwtjes hebben nog een rugstreep; welke niet zigzagt zoals bij de adder. Volledig volgroeid, kunnen ze tot 50 cm lang worden en tot 30 jaar oud worden in het wild. Zij leven meestal ondergronds, platte stenen, overwoekerde steenhopen, composthopen en verroeste platen; behalve wanneer ze op jacht zijn of zonnebaden. Tijdens de zomermaanden liggen ze te zonnen in het hoge gras om op te warmen.Ze gebruiken de grondwarmte om jongen te krijgen en te overwinteren.Hazelwormen zijn onschadelijk voor mensen. Omdat ze inactief zijn bij koud weer; Verblijven ze gedurende de winter in hun ondergrondse holen. Ze overwinteren ook wel in groep tot 100 exemplaren, eventueel met andere amfibieën. Hoelang ze overwinteren hangt af van de temperatuur tijdens de winter en vroege lente. In de zomer verblijven ze overdag in composthopen, lang gras, onkruidhopen en platte stenen. Ze komen tijdens de nacht te voorschijn om zich te voeden met slakken, naaktslakken, wormen en haarloze rupsen. Ze kunnen overdag te zien zijn tijdens het opwarmen; maar verdwijnen zeer snel door vibraties van voetstappen. Wanneer ze bedreigd worden bevriezen ze, en wanneer een aanvaller hen bij de staart vastgrijpt breekt het uiteinde af, zodat de hazelworm alsnog kan ontsnappen. De afgebroken staart groeit nog wel terug aan; maar niet meer op volle lengte. Elke jonge hazelworm ontwikkelt zich in een eizak, welke openbreekt bij de geboorte in september of october. Gedurende de zomer ligt het vrouwtje in de zon om de eigroei te stimuleren. Na de geboorte zijn de 5cm lange jongen in staat om voor zichzelf te zorgen. Als de hazelwormen groeien werpen ze hun oude huid af. Er is niet veel geweten over de evolutie en gewoontes van de hazelworm. Hun voornaamste vijanden zijn katten en sommige vogels (fazanten). Mensen doden hazelwormen, door de verwarring met slangen; of tijdens het maaien van grasvelden; of onrechtstreeks; doordat hazelwormen slakken eten, welke slakkengifkorrels gegeten hebben. Ondanks het feit dat hazelwormen niet rechtstreeks bedreigd worden gaat over het algemeen hun leefgebied er wel op achteruit; zodat ze het moeilijker krijgen om zich voort te planten.


<-- terug