|
|
<--menu top>--> |
|
De Bruine kikker (Rana Temporaria) op Klein-Zwitserland
De bruine kikker is een vrij grote kikker die tot 9-10 cm groot kan worden.De rugkleur is vaak geel, grijs, donker-of roodbruin. De rug en de flanken hebben meestal onregelmatige donkerbruine tot zwarte vlekken. Kenmerkend verschil met de groene kikker is de donkerbruine oogvlek. Tijdens de paartijd is het mannetje te herkennen aan de paarkussens op de binnenkant van de duimen en de verdikte voorpoten.
De bruine kikker heeft een vrij stompe snuit en plooien langs de zijkant. Een bruine kikker is pas na vier jaar volwassen; ze zijn beschermd en mogen dus alleen uit kikkerdril opgekweekt worden. De bruine kikker stelt geen hoge eisen en kan in een grote verscheidenheid van biotopen voorkomen. De kikkers zijn avondjagers en eten alleen levend voer dat beweegt. Slakken, kevers, rupsen, pissebedden en spinnen staan op het menu.
Van alle inheemse soorten komt hij samen met de heikikker het vroegst in het jaar naar het water om zich voort te planten.
Vaak wordt in ondiepe, zonbeschenen wateren met watervegetatie; eiklompen afgezet.
Na een tweetal weken verschijnen de larven(dikkopjes)die een vrijzwemmend bestaan leiden en afhankelijk van de watertemperatuur een variabele ontwikkelingstijd hebben, waarbij eerst de achterpoten en nadien de voorpoten verschijnen. Na het verdwijnen van de staart zullen ze als miniatuur kikkertjes het land opkruipen. Vanaf oktober zoeken de kikkers hun overwinteringsplaatsen op. Een deel overwinterd op het land, een ander deel in het slib
op de bodem van een poel.
<-- terug
|
|