<--menu top>-->
 

najaar 2005 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied

Naast een reeks gewone soorten? werden heel wat nieuwe organismen opgemerkt, die door de klimatologische veranderingen in staat zijn zich voort te planten in onze streken.

Watermuur - Myosoton aquaticum

Watermuur is een pionierplant van stikstofrijke, natte grond, van grasland op natte zeer voedselrijke bodem, maar wordt ook gevonden op natte muren. De doosvrucht is typisch die van een Anjer. Ze is oorspronkelijk inheems en obligaat een Vochtige freatofyt, d.w.z. van grondwater afhankelijk. Ze kiemt in het voorjaar en komt het zelfde jaar al tot bloei.
Watermuur wordt bestoven door hommels, wespen, bijen, vliegen, vlinders, motten en mieren. Waar een stuk bos is geplagd voor de werf aan de Grote Steenweg kwam ze te voorschijn, niet ver van de Echte koekoeksbloem.

Hoornaarvlinder - Sesia apiformis

In de zomer werd in het schietwilgbos op Wolvenberg deze grootste wespvlinder van Noordwest-Europa aangetroffen door Henk Verbiesen. Het vrouwtje laat de eitjes zonder enige voorzorg vallen aan de stamvoet van een populier of wilg. Zo stelden wij vast dat ze op Gewone smeerwortel werden afgezet.

Halsbloem - Trachelium caeruleum

Halsbloem werd dit jaar voor het eerst wild in Antwerpen waargenomen. Het is een nieuwe muurplant, die net als Spoorbloem van nature thuishoort op rotsachtige plaatsen in Zuid-Europa. Ondanks de piepkleine bloempjes hoort ze bij de Klokjesfamilie; de bloembuis is minder dan 2 mm breed. De plant stond in een keldergat en was door betreding afgesleten.
Buurtbewoners wisten te vertellen dat de prachtige paarse trossen al maanden lang uit het keldergat opdoken. Ze vonden het zeer plezierig en kenden de soort niet van bloembakken of tuinen in de buurt. De Halsbloem is nog maar zeer recent in steden opgedoken. Ook bekend van o.a. Gent.

Een Passiebloem - Passiflora caerulea

Deze zomer trof ik twee sterk rankende planten in afzonderlijke keldergaten, één ervan met een zaad. De twee zaailingen van deze soort Passiebloem hadden een drielobbig diep ingesneden blad, dat bij volwassenheid uitgroeit tot vijflobbige bladeren. Bij kruisbestuiving (door insecten) verschijnen de fel oranje vruchten in de nazomer. Deze zijn eetbaar, bevatten veel vitaminen C en hebben een lichte bramensmaak. De bloem is inheems in Brazilië en Peru en in Europa bekend sinds 1699. Zoals bij veel tropische planten in de stad, worden de zaden gewoonlijk verspreid door dieren die ze na vertering van de vrucht uitscheiden. Nog niet eerder wild aangetroffen in Vlaanderen.

Moeraswalstro - Galium palustre

Moeraswalstro was nog niet eerder genoteerd in het Wandelpark, maar al wel op de Brilschans. De schamel ontwikkelde planten stonden in de oeverzone van de sterk uitgedroogde vijver. Het is een plant van voedselrijke oevers en moerassen, gewoonlijk in kalkarme milieus. Ze overwintert groen, en wordt vermeld met blaasvormige-'arbuscular' mycorrhizen.
Oorspronkelijk inheems. Verspreiding gebeurt met de haken op de deelvrucht, maar ook drijvend doordat er lucht in de deelvrucht is opgeslagen. Het is een obligaat Natte freatofyt, wat wil zeggen dat ze volkomen afhankelijk is van het aanwezige grondwater.

Chinese zuurbes - Berberis julianae

Verkeerdelijk noteerden wij vele jaren geleden Zuurbes (Berberis vulgaris) in het natuurgebied. De vruchtkleur die deze Aziatische soort aanneemt is paars, en verschilt dus van de rode bessen van de zeer zeldzame inheemse Zuurbes. De struik heeft opvallend stekelige bladeren. Voorts zijn de stekels anders op de twijgen ingeplant. Net als de inheemse zuurbes wordt de Chinese zuurbes bestoven door hommels en bijen. Ze wordt nog steeds veel aangeplant in parken en plantsoenen en verwildert in wegkanten en op muren. Nauw verwant aan zuurbes is Mahonie, een ingeburgerde nieuwkomer, die ook als Stinzenplant wordt geklasseerd.

Groot glaskruid - Parietaria officinalis

Groot glaskruid is voor zover ik weet niet uit Antwerpen bekend. Het wordt opgegeven voor Gent, Adinkerke, Averbode... Ze is net als Klein glaskruid verwant met Brandnetel en Hennep. Het onderscheid met Klein glaskruid is niet eenvoudig. Ze is een plant van voedselrijke zomen, maar ook van pioniervegetatie op vochtig stenig substraat. Ze kiemt in het voorjaar en overwintert groen. Er zit een mierenbroodje op de vrucht, waardoor de verspreiding door mieren wordt verklaard. De eenvoudige bloemen worden bevrucht na windbestuiving. Groot glaskruid is een Geneeskrachtige plant, die al in de Middeleeuwen werd gehouden in Artsenijtuinen. De soort is Midden-Europees, en bij ons vooral gerelateerd aan de Duinregio. Rode lijst : zeer zeldzaam

Gipskruid - Gypsophila muralis

Deze uiterst zeldzame soort werd opgemerkt door Tom Neels, die de hem onbekende plant meenam, fotografeerde en doormailde. Ik ben op zoek gegaan naar verser materiaal, en na enkele pogingen ontdekte ik de planten, groeiend in de goot en tussen de straatstenen. Gipskruid is oorspronkelijk inheems en beschreven in Pioniervegetatie op vochtig stenig substraat, maar ook in Bos en struweel op vochtige, matig voedselrijke bodem. In het Duits: Mauergipskraut. Ze bloeit rood, roze of wit en kiemt in het voorjaar. Gipskruid wordt bestoven door wespen, vliegen, hommels en bijen. De kleine planten werden al eerder in Antwerpen opgemerkt, mogelijk afkomstig uit zaad van droogboeketten. Rode lijst : uitgestorven in Vlaanderen.

Sla - Lactuca sativa

Sla is een gekweekte groente die haar oorspronkelijke voorouders ergens in het verre Azië heeft. Het nauwverwante composietje Kompassla komt in dezelfde omstandigheden voor. Wie zelf sla zaait, zal wel weten hoe moeilijk dit in open plaatsen kiemt. We troffen tal van rozetten op een verstoorde grond, tezamen met Gekweekt vlas, diverse Giersten en Gingellikruid. Het is de eerste keer dat we de soort in de stad opmerkten. De planten kwamen later nog in bloei, maar de vindplaats is intussen vernietigd door wegenwerken.

Malva sylvestris var. mauritiana

Dit Groot kaasjeskruid is een soort die ooit als de alleenstaande soort Malva mauritiana bekend was. Ze is inheems in de Middellandse-zeestreken. Hoewel bekend als thee van de gedroogde bloemen, is het vooral een siersoort die wel eens ontsnapt in het wild. Ze bloeit diep magentarood. Daar ze buiten de prachtige bloemkleuren geen ecologische verschillen toont met ons algemeen kaasjeskruid, moeten we hier bij laten.

Schijnpapaver - Meconopsis cambrica

Schijnpapaver behoort tot een apart geslacht, dat met Klaproos verschilt in de aanwezigheid van een stijl en gele meeldraden. Ze is inheems in de heuvels van Zuidwest Engeland en wordt ook als tuinplant gekweekt, wat haar verspreiding heeft vergemakkelijkt. Haar standplaats is een schaduwrijk hoekje tussen de rotsen en onder bomen. De plant is zeldzaam, maar wordt steeds vaker aangetroffen in steden, maar ook in het buitengebied. In tegenstelling tot de meeste klaprozen is ze meerjarig.

Bilzekruid - Hyoscyamus niger

Eén van de meest spectaculaire vindplaatsen in onze omgeving was dit jaar een grote, afgebroken garage in de wijk Haringrode. Een bijzondere Nachtschade die we er ontdekten was Bilzekruid. Ze is een plant uit ruigten op weinig betreden, kalkrijke, niet humeuze, droge grond. Voorts is ze gerelateerd aan de Duinregio en de grindbanken van de Maas. Deze geneeskrachtige planten zijn extreem giftig voor de mens. De bleekgeel met paars geaderde bloemen staan op een houtige stengel, oprijzend uit een forse bladrozet. Bestuiving gebeurt door Hommels en Bijen. Bilzekruid is een Monocarpe soort (bloeit eenmaal). We hebben de planten niet in bloei zien komen, en waren niet geheel zeker dat het ofwel H. niger dan wel H. alba betrof. Het uitsluitsel komt van de excellente foto's van Wim, doorgespeeld aan een eminente Zuid-Franse botanist die beide soorten goed kent. Een extreem sterke zaadbank zorgt voor het bijna onverklaarbaar verschijnen van deze raadselachtige plant. Rode lijst: zeer zeldzaam.

Klokje - Campanula

Diverse klokjes komen regelmatig verwilderd in het stedelijk gebied voor. In Antwerpen hebben we dit jaar enkele soorten genoteerd in de omgeving van Zurenborg, De Schom en Het Zuid. Deze soorten zijn gebonden aan rotsen en hun aaibaarheid is vrij groot. Gewoonlijk worden ze niet als wilde planten of onkruid aanzien, wat hun levenskansen aanzienlijk heeft doen toenemen. Ze blijven wel zeer zeldzaam.

Mariaklokje - Campanula carpatica

Tijdens de zoektocht naar een eerder vermeld Venushaar (Adiantum raddianum) op het Zuid werd dit klokje opgegeven als verwilderd op een muur. Mariaklokje is een kleine Campanula, ongeveer 10 cm hoog. De bloemen zijn zeer groot voor de afmetingen van de plant, en ondiep ingesneden. Ook gevonden in enkele zijstraten van de Uitbreidingsstraat. Het is wild in de Karpaten, zoals de Latijnse naam aangeeft. Wintergroen.

Dalmatiëklokje - Campanula portenschlagiana

Het vaak aangeplante Dalmatiëklokje verschilt met onderstaande doordat de Violetblauwe bloem trechtervormig en gelobd is tot 1/4 - 2/5 van de basis. Vooral aangetroffen op Zurenborg, maar waarschijnlijk reeds overal verwilderd aanwezig. Het is wild in de Balkan, maar komt reeds jaren voor in het zuidelijk gebied, waar het uit tuinen is ontsnapt. Nu begint het Dalmatiëklokje ook bij ons spontaan te verschijnen op muren, maar steeds in de buurt van de moederplanten. Wild in Joegoslavië. Wintergroen.

Kruipklokje - Campanula poscharskyana

Door de vele verkeerde afbeeldingen op het www is het niet mogelijk om het Kruipklokje kundig van de andere klokjes te onderscheiden. Belangrijk is de breed klokvormige Leiblauwe bloem, gelobd tot 1/2 - 3/4 van de basis. Enkele mooie vindplaatsen zijn er in Berchem op de Schom. Wild in Joegoslavië. Algemener verwilderd in West-Europa dan het voorgaande, op muren en voetpaden. Deze vondst is pas de 2de in België (med. Filip Verloove), waarschijnlijk door verwarring met voorgaande soort. Wintergroen.

Witte esdoorn - Acer saccharinum

Witte esdoorn is een Noord-Amerikaanse esdoornsoort die veel is aangeplant, maar niet dikwijls verwilderd. Op Wolvenberg gebeurd dat helaas maar al te vaak, en in de binnenstad hebben we de boom als zaailing ook aangetroffen op een voetpad. De bladeren zijn diep ingesneden en de mannelijke en vrouwelijke bloemen staan in aparte trossen op de boom. De soort wordt enkel als 'selfsown' beschouwd in Londen. Antwerpen maakt hierop dus geen uitzondering.

Engelenboom - Aralia elata

Wat aanvankelijk een Christusdoorn leek, bleek bij nader onderzoek een Engelenboom te zijn. Deze soort verwildert soms massaal langs waterlopen en wegen. Het is een apart geslacht in de Klimopfamilie. Aan de houtige doornige stengel verschijnen grote trossen dubbelgeveerde bladeren en grote bloempluimen. Voor het eerst trof ik een zaailing aan, op een totaal onverwachte plaats: in een gevelvoeg en in een gemetste schoenkrabber. De bewoners hebben niet lang gewacht om deze vervelende planten te verwijderen. Het blijft natuurlijk wel een bijzonder fenomeen in onze stad.

Stokroos - Althaea rosea

Stokroos is een vaak aangeplante tweejarige Heemst, die in de straten dikwijls wordt aangeplant in een geveltuin. Zowel op Zurenborg als vlak aan de ingang van Wolvenberg vonden we de rozetten en bloeiende planten in goten, keldergaten, tussen de straatstenen of in de bermen. Op sommige plaatsen zaait ze zichzelf opnieuw uit, wat ze als windstrooier over grote afstanden kan laten plaats vinden.

Een Violier - Matthiola longipetala subsp. bicornis

In de wijk Haringrode troffen we een merkwaardige bloeiende Kruisbloemige aan in een tegelvoeg op een voetpad. In de buurt was de plant niet bekend als soort van bloembakken of tuinen, maar het bleek in eerste instantie een Violier te zijn. Na grondig onderzoek in de Plantentuin kwam dan het bericht van Filip Verloove dat het om Matthiola longipetala subsp. bicornis ging, voor het eerst vermeld als verwilderd in België.

Lavendel - Lavandula angustifolia (x intermedia)

Dit geneeskrachtig struikje is in het zuiden in cultuur voor de parfumindustrie, maar heeft als siergewas zijn intrede gedaan in tuinen. Deze wintergroene lipbloemige wordt gekweekt met tal van cultivars. Tuinlavendel is een fertiele bastaard van de smalbladige en de breedbladige lavendelsoorten. Zeer zelden komt er uitzaai voor. Op de Schom en op Zurenborg konden we echter op het voetpad en op een tuinmuurtje enkele jonge en donzige exemplaren noteren.

Grote tijm - Thymus pulegioides Wat geldt voor voorgaande lipbloemige, is eveneens van toepassing op Grote tijm, zij het eerder als keukenkruid dan als siergewas. De soort is echter oorspronkelijk inheems in het gebied van de flora, in grasland op droge voedselarme basische bodem. Dit groenblijvend dwergstruikje werd ooit eens gezien op de spoorberm, maar is er niet meer teruggevonden. Tijdens onderzoek op de Schom troffen we deze roodroze bloeiende soort op een (pas aangelegd) voetpad aan. Grote tijm wordt bestoven door allerlei insecten en de zaden worden in ons geval verspreid door de wind. De klemtoon van de verspreiding ligt in de Duinregio en de Maasvallei. Rode lijst: kwetsbaar.

Erik Voor de bijhorende verwijzen we u graag naar onze fotogalerij "Najaar 2005 - Activiteiten op de Wolvenberg en omgeving"

<-- terug