<--menu top>-->
 

Inventarisaties in Berchem.

Een overzicht van de jarenlange waarnemingen en inventarisaties van de natuurwaarden in de Wolvenberg, Brilschans, Spoorwegbermen en omgeving.

BERCHEM 2010 - In deze rubriek bespreken we enkele nieuwe soorten die in ons werkinggebied zijn opgemerkt.

Anna Paulownaboom

Voor het eerst verschijnt de Anna Paulownaboom aan het station van Berchem. Ondanks de toch wel hevige vorst van de voorbije winter zaait die tropische boom zich sinds kort in onze steden uit. Het is niet echt een nieuwe soort, maar ze komt wel erg dicht bij natuurgebied Wolvenberg.

Boheemse duizendknoop

Het voorbije jaar is er een hele discussie ontstaan over de Japanse duizendknoop en zijn bastaard, de Boheemse duizendknoop. Die laatste is veel forser dan de Japanse en woekert nog veel heviger. De bastaard heeft enkele kenmerken die herinneren aan Sachalinse duizendknoop, waarvan de bladeren ook hartvormig en behaard zijn. De soort wordt tot vijf meter hoog. De eerste in Europa ingevoerde Japanse duizendknoop (in de Engelse plantentuin Kew Garden) was een vrouwelijke plant die uiteindelijk bestoven werd door de verwante Sachalinse duizendknoop. De nakomelingen van de Boheemse duizendknoop zijn heel wat gevaarlijker voor onze omgeving dan die van de Japanse, al wordt de bastaard nog altijd als Japanse duizendknoop aangeboden in tuincentra. De bladeren worden tot dertig centimeter lang.

Windepijlstaart

Ik kreeg begin september een telefoontje van een man in de Schaffenstraat. In zijn tuin zat een zeer grote, hem onbekende vlinder. Al gauw bleek het om een windepijlstaart te gaan, een grote nachtvlindersoort die vleugels heeft met een spanwijdte van negentig tot honderddertig millimeter. De twee rode plukjes haar net onder de thorax zijn het opvallendste kenmerk van die soort. Zijn voorvleugels en ondervleugels zijn voor het grootste gedeelte grijs, maar de ondervleugels hebben meestal lichtroze strepen. Zijn staart is roze met zwarte dwarse banden en een dikke grijze streep in het midden. De windepijlstaart valt op door zijn tong, die wel vijftien centimeter lang kan zijn. Die is handig voor een bezoek aan allerlei nachtbloeiende soorten met zeer diepe kelk, zoals de siertabak en de doornappel. De rups kan tot tien centimeter lang worden en leeft van akkerwinde en haagwinde.

Nadat Kris Snyers, onze nachtvlinderkenner, foto’s van het dier had genomen, lieten we het vrij op de spoorwegbermen, te midden van zijn waardplant, de akkerwinde. De windepijlstaart is een soort die vrij algemeen heet te zijn, maar die de meeste vlinderspecialisten in mijn omgeving nog nooit te zien hebben gekregen.





















Zeggenspleetlip

Tijdens onze herfstwandeling zagen we maar weinig grote paddenstoelen. We spitsten ons dus vooral toe op de kleine paddenstoelen, roesten en brandzwammen. Op een blad van moeraszegge troffen we langwerpige vergroeiingen aan. Het bleek om zeggenspleetlip te gaan, een ascomyceet, geen roest. Die lijkt inderdaad een beetje op een lip. De zeggenspleetlip is een van de vele verdoken levensvormen, in dit geval een die specifiek op grotere zeggensoorten voorkomt.

Spiraea japonica

Tijdens maaiwerken troffen we enkele jonge, al bloeiende struikjes aan. Het ging duidelijk om een Spiraea en we ruimden alles op. Het herbariummateriaal ervan heet Spiraea japonica. De soort kan flink woekeren. Aziatische en Amerikaanse Spiraea-soorten durven al eens met elkaar te verbasteren.

Tartaarse kamperfoelie

Tartaarse kamperfoelie is een sierstruik die tot vier meter hoog wordt. De soort wordt al sinds een eeuw gebruikt in parken en zaait zich in onze streken uit. Op Wolvenberg worden haarden gevormd die elk jaar verder uitgroeien. Onder die heesters groeit zo goed als niets, dus de werkgroep zal ze op termijn verwijderen. De rode bessen worden door vogels gegeten en de plant kiemt in heggen en houtkanten. Tartaarse kamperfoelie mag niet verward worden met de al even biotoopvreemde rode kamperfoelie. Die laatste groeit in de kalkstreek aan de Maas. De Tartaarse blaadjes zijn echter volledig kaal en de bloemen zijn wel twee keer zo groot. Zoals de naam aangeeft, is de soort afkomstig uit Zuid-Rusland.






















Stadsreus

Op www.waarnemingen.be vond ik onder ‘Wolvenberg’ een reeks waarnemingen van Thijs Calu, zowel van vogels als van insecten. Vorig jaar al noteerde die waarnemer er de stadsreus, waarover nu iets meer. In Nederland en België is de soort niet overal algemeen. Zoals de naam aangeeft, gaat het om een eerder stadgebonden, warmteminnende soort. De stadsreus, ook wel hoornaarzweefvlieg genoemd, is een insect uit de familie van de zweefvliegen. Hij wordt groter dan de meeste soorten: tot twee en een halve centimeter. Zoals alle zweefvliegen is de stadsreus een onschuldig diertje dat leeft van nectar en stuifmeel, maar het lijkt sprekend op een gevaarlijke soort: de hoornaar, een wesp. Dat fenomeen wordt mimicry genoemd. Andere zweefvliegen lijken meer op kleinere soorten wespen vanwege hun zwart-gele banden, ofwel meer op hommels door hun dichte beharing. De belangrijkste verschillen zitten in de taille (die zweefvliegen niet hebben maar wespen wel) en de zeer schichtige vliegbewegingen (een hoornaar vliegt zigzaggend en meer vloeiend). Ook zijn wespenogen meer langwerpig en die van de zweefvlieg bijna rond.
Tekst en foto’s: Erik Molenaar

BERCHEM - In deze rubriek bespreken we enkele nieuwe soorten die in ons werkinggebied zijn opgemerkt.

Perovskia atriplicifolia (Russische salie)

De Perovskia is een ouderwetse tuinplant die nog vaak in openbare groenvoorzieningen wordt gebruikt. Het is een lipbloemige waarvan de bloeiwijze iets weg heeft van lavendel. De plant is niet erg vorstbestendig en het is dan ook geen raadsel waarom hij de laatste jaren steeds meer verwildert. We vonden een vijftigtal exemplaren op een voetpad, vergezeld van stijf havikskruid, een zeldzame inheemse soort die ook al vaker in het straatbeeld is gevonden. Hopelijk verschijnt de Perovskia niet in het natuurgebied.

Holcus mollis (gladde witbol)

Op onze percelen aan de Brilschans werden vorige winter enkele grote exoten verwijderd die de bosopbouw blokkeerden. Op de open plekken verscheen al spoedig een keur aan jonge bomen, zoals de lijsterbes, de zoete kers, de zomereik en de schietwilg. In de kruidlaag vonden wij afgelopen zomer een grassoort die we helemaal niet hadden verwacht. De witbol die er bloeide, had namelijk kafnaalden en bleek een gladde witbol te zijn, nieuw voor ons natuurgebied. De soort komt her en der voor in het Ringbos, maar heeft een voorkeur voor zure, droge bodems. We zijn benieuwd welke andere soorten er nog op de open plekken zullen verschijnen.

Myosotis ramosissima (ruw vergeet-mij-nietje)

Na lang zwoegen is onze moeite beloond! De zuidflank van de omwalling was jarenlang bedolven onder de Japanse duizendknoop. Toen die eindelijk wat onder controle was, werden ten laste van de NMBS grootschalige veiligheidswerken uitgevoerd en moesten alle bomen die bij hevige wind de talud van het spoor zouden kunnen raken, worden verwijderd. Wij kozen voor een hakhoutbos, dat cyclisch geknot zou worden. Een nieuwe exoot zag zijn kans: de hele spoorstrook, omwalling inbegrepen, raakte plots overwoekerd door de Armeense braam. Nu zijn de honderden gigantische bramen grotendeels uitgespit en is de flora er weer bijna even gevarieerd als voorheen. Onder de iepen staan honderden exemplaren van de grote kaardenbol, vergezeld van de stalkaars en de koningskaars. Tussen de nieuwkomers staat ook het ruw vergeet-mij-nietje, een pionier op droge, voedselarme, basische bodem. De soort komt voor in de omgeving, maar werd nog niet eerder opgemerkt in het natuurgebied. Door de konijnenplaag en de beheerwerken zijn grote delen van de heuvel omgewoeld en kunnen pioniers zoals het ruw vergeet-mij-nietje, oorspronkelijk inheems, daar hun voordeel mee doen. Halverwege de afgelopen zomer viel de konijnenpopulatie ten prooi aan een ziekte. Hopelijk blijft de plaag nu wat beperkt en kan het ruw vergeet-mij-nietje zijn plaats behouden in de open vegetatie. De soort is vooral aanwezig in duin en polder. Verspreiding door dieren is makkelijk, door haken op de kelk die aan de pels blijven hangen.

Colias croceus (oranje luzernevlinder)

Hoewel ik bijna nooit waarnemingen van vlinders verneem, staat er dankzij Joeri Cortens op Waarnemingen.be toch een vlindersoort die nog niet in ons bestand van Wolvenberg voorkomt. Op Soortenbank.nl vond ik de volgende tekst: ‘De oranje luzernevlinder kan in mooie zomers in vrijwel heel Europa als trekvlinder opdagen. De eitjes worden een voor een afgezet op de bovenkant van bladeren van vlinderbloemigen, zoals Medicago sativa (luzerne), Trifolium (klaver) en Vicia (wikke) soorten. De verpopping vindt plaats als gordelpop aan de voedselplant. In de zuidelijke streken, waar de oranje luzernevlinder de winter kan overleven, doet hij dat als pop. In het noorden, waar ze de kou niet kunnen verdragen, komen steeds nieuwe trekvlinders. Deze vlindersoort brengt vier tot zes generaties per jaar voort.’ De soort is al vele jaren gezien op de spoorbermen en de Konijnenwei.

Erik

april 2009 – Opmerkelijke nieuwe soorten

BERCHEM – Enkele opmerkelijke nieuwe soorten in ons werkingsgebied.

Stekelvruchtige boterbloem

We signaleerden deze zuiderse nieuwkomer al in Rietvink Jaargang 16 - nr. 1 maar we willen je toch dit mooie beeld niet onthouden. De uitsteeksels op de vruchtkleppen hebben deze nieuwkomer zijn naam gegeven.

Zuidelijke boomsprinkhaan

In ANTenne, tijdschrift van de Antwerpse Koepel voor Natuurstudie, verscheen een bijdrage van Koen Lock en Pieter Vantieghem over de zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale) in de provincie Antwerpen. Hierin lezen we dat de oorspronkelijk mediterrane sprinkhaansoort nu ook is gesignaleerd in Berchem. Bij een gerichte inventarisatie vonden onderzoekers de soort al na een kwartier in het natuurreservaat Wolvenberg. Volwassen dieren kan je vooral vinden van september tot november. De zuidelijke boomsprinkhaan is intussen een banale soort die op steeds meer plekken opduikt. Er is dus geen speciaal beheer nodig, zo meldt ons Koen Lock.

Aalscholver

Tegenwoordig kan je overal weer aalscholvers zien. De soort was nochtans in 1965 in België uitgestorven en begon haar comeback pas nadat de Europese Vogelrichtlijn in 1979 de soort volledig beschermde. De bij ons voorkomende ondersoort is de continentale aalscholver (Phalacrocorax carbo sinensis), een iets minder forse uitgave van de grote aalscholver. Deze winter konden we voor het eerst een tiental aalscholvers rustend en jagend op het water van Wolvenberg en Brilschans observeren. Het gaat natuurlijk (nog) niet om broedgevallen, maar dat deze dieren ook hier in de stad naar voedsel zoeken, doet ons goed. Als roofdier staat deze soort immers bovenaan de voedselketen en zorgt ze dus voor een evenwicht van de visfauna in plassen en waterlopen. Anders dan de blauwe reiger duikt de jagende aalscholver onder. De prooien eet hij al onder water op. Aalscholvers zijn onderwerp van veel discussie en petities pro en contra. Vooral op visvijvers zonder natuurlijke begroeiing is er een probleem. Vissen kunnen er immers niet vluchten tussen de water- en oeverplanten. Voor ons is de komst van de aalscholver alleszins een hart onder de riem. Én een goed argument om in parkvijvers de natuurlijke flora te laten groeien en er geen kale badkuipen van te maken. We hopen dat zowel in het Stadspark als op de Brilschans natuurlijke, spontane oeverbegroeiing eindelijk optimale kansen krijgt. Tekst: Erik Molenaar Foto’s: Koen Lock en Philip Fourie

februari 2009 - Opmerkelijke nieuwe soorten

BERCHEM - Ook de voorbije maanden mochten we enkele nieuwe, uitzonderlijke planten noteren in Berchem en 2018 Antwerpen. Op de Brilschans vonden we koriander (Coriandrum sativum), een vrij zeldzame nieuwkomer. Tijdens het verwijderen van de massavegetaties van Armeense braam kwam een plek vrij waar de exotische bramen nog niet waren doorgedrongen. Onder gewone vlier en meidoorn stond een jonge plant gewone salomonszegel. De vondst is het bewijs van de toenemende rijping van de boslaag in de Wolvenberg. Gewone salomonszegel is niet bedreigd, maar, zoals veel bosplanten, vestigt deze plant zich moeizaam en groeit ze traag. Nog op de Brilschans werd recent een knolparasolzwam gevonden. Die komt ook voor in Klein-Zwitserland.
In de Antwerpse Stationsbuurt noteerden we oranje havikskruid (Hieracium aurantiacum), een intussen al wat meer algemene soort; Frans kaasjeskruid (Malva nicaeensis), westerse karmozijnbes (Phytolacca americana); Setaria parviflora, een zeer zeldzame, warmteminnende naaldaar; Afrikaanse eierplant, (Solanum aethiopicum), een gestekelde nachtschade, nieuw voor de Belgische flora, en tenslotte Deutzia scabra, een warmteminnende siersoort. In de wijk Haringrode vonden we een purperen cultivar van de kerspruim (Prunus cerasifera cv. Atropurpurea), een zeer zeldzame, uit zaad verwilderde plant. Een eerste waarneming was er hier ook van het wijnblad (Kitaibelia vitifolia), een kaasjeskruidachtige sierplant. Ten slotte ontdekten we, net buiten ons werkingsgebied, in Luythagen (Mortsel), een honderdtal planten stekelvruchtige boterbloem (Ranunculus muricatus), een mediterrane akkersoort, niet in de Belgische flora opgenomen. Een andere zeer zeldzame verschijning in deze buurt is Stipa tenuissima (een vedergras), dat zich over tientallen meters op een voetpad had gevestigd. Eerder al gevonden in Luik, maar hier voor het eerst gezien in Vlaanderen. Voor meer diepgaande informatie over deze vondsten verwijzen we naar de nog te verschijnen cd-rom van onze werkgroep.
Tekst en foto’s: Erik Molenaar

winter 2008 - Enkele opmerkelijke flora-vondsten.

BERCHEM - Net buiten Berchem, in de zuidelijke stadsrand, werden twee nieuwe soorten voor België gevonden. Op een voetpad bloeiden in November zowel Kransgras (Polypogon viridis) als een Amerikaanse droogbloem, Gamochaeta pensylvanica. Deze laatste is in Nederland bekend als Gnaphalium pensylvanica. Beide soorten zijn al van Nederlandse steden bekend. Eindelijk heeft in Antwerpen Kransmuur (Polycarpon tetraphyllum) dan toch de stap naar de woonstad gezet. Het was al wel gevonden in de haven. We vermelden verder vondsten van Brede raket (Sisymbrium irio) en één Muhlenbergia op de grondhopen aan het nieuw gerechtsgebouw.

Erik
30 oktober 2007 - Amerikaanse droogbloem (Gamochaeta pensylvanica) - foto Erik Molenaar 30 oktober 2007 - Amerikaanse droogbloem (Gamochaeta pensylvanica) - foto Erik Molenaar
31 oktober 2007 - Kransgras (Polypogon viridis) - foto Erik Molenaar 15 november 2007 - Brede raket (Sisymbrium irio) - foto Erik Molenaar

winter 2008 - Overtrekkende kraanvogels

BERCHEM - Middernacht, van 4 op 5 november 2007, weerklonk een luid getrompetter boven ons. Ik spoedde mij naar buiten en hoorde een groep Kraanvogels overtrekken. Ik kon ze niet tellen, maar het waren er veel en ze waren niet zichtbaar door een mistige waas boven de stad. Ik ben twee minuten sprakeloos buiten blijven staan. Toen verdween het machtige geluid onhoorbaar naar het zuiden.
De meeste kraanvogels trekken over ons land in maart, april naar Noord-en Oost-Europa om er te broeden - recent was er ook een broedgeval in Nederland ! - en in oktober, november naar Zuid-Europa en Noord-Afrika om er te overwinteren. Het geluid van de trompettende kraanvogels vind je bv. op website
De kraanvogel (Grus grus) is iets groter dan een ooievaar en heeft een grijs verenkleed.

Erik

herfst 2007 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied.

BERCHEM - Een korte beschrijving van enkele nieuwe soorten in het werkingsgebied van Wolvenberg Natuurlijk. Meer…

zomer 2007 - Pluim-es niet langer exclusief probleem voor Wolvenberg.

BERCHEM - Tijdens inventarisatie in de Zuiderkempen bezoekt de plantenwerkgroep FON een stuk De Merode-bos in Laakdal, dat in eigendom is gekomen van Natuurpunt. De fiere conservator van natuurgebied Varendonk troonde ons mee naar lokale curiosa. Als bijzondere verrassing worden we naar twee oude 'Amerikaanse' essen met bruine knoppen geleid. De schrik slaat mij om het hart: het gaat inderdaad over enkele knoeperds van Pluimessen. Op Wolvenberg in Antwerpen staan er al jaren duizenden zaailingen die een bijna gesloten kruidlaag vormen en al jaren met de hand worden uitgetrokken en gekapt. Van zaailingen zou hier geen sprake zijn, maar owee, het is hier niet anders: een tapijt van eenjarigen en, meer verspreid, metershoge telgen. Wat zonde dat die mooie sierbomen zo weinig heel laten van dat fragiele humuscomplex, waarin al onze zieltogende flora niet langer kan kiemen.
Spijtig genoeg is Wolvenberg niet langer het enige bekende natuurgebied waar deze hardnekkige pest aanwezig is. Het lijkt er hoe langer hoe meer op dat eigenlijk alle uitheemse siergewassen te zijner tijd beginnen te verwilderen en de te beschermen vegetaties overspoelen en verdringen. Hopelijk komt er ooit eens een eind aan de handel in levende wezens uit exotische streken. Voorlopig wordt de lijst alsmaar langer.

Erik

voorjaar 2006 - Blauwborst in Berchem !

Hans Vermeiren was behoorlijk trots op de foto's die hij kon maken van een Blauwborst die zijn stadstuin bezocht. Meer…

winter 2006 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied.

BERCHEM - Een korte beschrijving van enkele nieuwe soorten in het werkingsgebied van Wolvenberg Natuurlijk. Meer…

najaar 2005 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied

Naast een reeks gewone soorten? werden heel wat nieuwe organismen opgemerkt, die door de klimatologische veranderingen in staat zijn zich voort te planten in onze streken. Meer…

Zomer 2005 - Overzicht van enkele nieuwe soorten

Een korte beschrijving van Kruipganzerik,Wilde kamperfoelie, Biezenknoppen, Armeense braam, Hoog struisgras, Dubbelkelk, Echte koekoeksbloem, Rosse vossenstaart, Celastrus orbicularis en Haagbeuk. Meer…

Boomvalk op de Brilschans

BERCHEM - Deze zomer konden wij genieten van een succesvol broedgeval van Boomvalk op de Brilschans te Berchem. Tot in september bedelden de minstens 3 jonge valken luidruchtig in de hoge bomen. Regelmatig zagen we het sikkelvormig silhouet van deze roofvogel boven ons natuurgebied.

13 juli 2005 - Urbane flora in Antwerpen (omgeving Mechelsesteenweg)

Ter aanvulling nog enkele varenvondsten. Meer…

Voorjaar 2005

Paddestoelen blijven verbazen. Deze haast onzichtbare organismen duiken in zulke verscheidenheid op dat het onvoorstelbaar is ze allemaal te leren kennen....

De Bosorchis is in bloei aangetroffen

Meer lezen …

 

Amfibieën en Reptielen.

De grote rijkdom aan salamanders, kikkers en padden is bekend geweest tot 1975 Meer…

De spoorwegbermen tussen Station Berchem en de Kennedytunnel.

Er is al heel wat geschreven over het Ringbos en de spoorbermen maken hier gewoon deel van uit. Het verschil is misschien dat we het beheer op de spoorbermen zelf uitvoeren, en de rest van de Ring wordt beheerd door de Regie der Wegen. Meer…

Fungi.

Paddestoelen kunnen niet aangeplant worden. Ze zijn dan ook de meest getrouwe afspiegeling van de natuurpotenties in een natuurgebied. Meer…

februari 2003 - Lichenenonderzoek op Wolvenberg.

Tijdens een Lichenenonderzoek dat Dries Van den Broeck in februari op zich nam werden op enkele uren tijd een 40 tal korstmossen genoteerd. Meer…

Inventarisatie van de mollusken in het natuurgebied Wolvenberg.

Begin 2001 werd op initiatief van enkele leden van de Belgische Vereniging voor Conchyliologie (BVC), in samenspraak met Erik Molenaar en enkele andere geïnteresseerden, gestart met de inventarisatie van de molluskenfauna van het natuurpark Wolvenberg Meer…

Mossenonderzoek op de Brilschans en de Wolvenberg tijdens de winter 2003-2004.

In navolging van onderzoek aan andere disciplines in het natuurverbindingsgebied Ringbos-Wolvenberg langsheen de Antwerpse Kleine Ring, werd medio november 2003 gestart met een studie naar het voorkomen van blad- en levermossen in het natuurgebied op de Brilschans te Berchem Meer…

lente 2003 - Nieuwe organismen gezien in ons natuurgebied.

Eindelijk heeft de Hokjespeul kans gezien zich te vestigen in Wolvenberg zelf Meer…

zomer 2003 - Nieuwe organismen gezien in ons natuurgebied.

een bijzondere waarneming, een eerste vondst van een zeldzame libel. De zuidelijke keizerlibel (Anax parthenope) is 65 tot 75 millimeter groot en leeft bij grote stilstaande wateren Meer…

Vegetatie en vegetatiestructuren in de Wolvenberg.

Wolvenberg is een lappendeken van verschillende vegetaties en vegetatiestructuren, waarbij zowel zeer scherpe grenzen als vage grenzen aanwezig zijn tussen bos, grasland, moerasjes en droge ruigten Meer…

De opvallendste vogels van Wolvenberg.

De meest in het oog springende vogels die foerageren in en rond de graslandjes van Wolvenberg zijn Torenvalk, soms biddend boven de bermen, Merel en Groene specht. Meer…

Oktober 2004 - Ruige dwergvleermuis

Naast heel wat waarnemingen van de Gewone dwergvleermuis is er ook een Ruige dwergvleermuis waargenomen Meer...

Zoogdieren

Het belangrijkste zoogdier in Wolvenberg is het Konijn Meer…