BERCHEM - Een korte beschrijving van enkele soorten in ons werkingsgebied.
Beklierde nachtschade
Tijdens een routine-inventaris - hoe is het met de Knolboterbloem tijdens die
droogte? - bemerk ik een bloeiende nachtschade in een karrespoor, dat nog een
litteken is van de veiligheidswerken langs het spoor. De Beklierde nachtschade (Solanum
schultesii) heeft voet gezet in het kalkgraslandje aan de Grote Steenweg. Deze
zogenaamde 'urbane' soort wordt steeds meer in natuurlijke omstandigheden
opgemerkt. Voorlopig beschouwen we het stedelijk natuurgebied Wolvenberg maar
als een urbaan element, omdat het ooit een fortificatie rond de stad was.
Spinnen
Tijdens de stadinventarisatie van de spinnen door het Antwerps
spinnenonderzoeksproject (ASOP) werd in het Hertooghepark een goed ontwikkelde
populatie van een zuiderse spin gevonden. De onderzoekers willen deze primeur
via eigen kanalen publiceren, dus komen we hier later op terug.
Driedoornige stekelbaars
Hoewel wij eerder het Vetje (Leucaspius delineatus) verwachten, is dit nog
niet aangetoond. Na een opruimactie van dode algen op de vijver kon Driedoornige
stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) worden waargenomen. Misschien vinden we een
expert, die kan aantonen dat de stekeltjes uit de Zilverbeek komen, maar
sceptisch blijven is de boodschap. De soort is nieuw voor het gebied, ook al
omdat de vijver van 0 (nul) moet herbeginnen.
Fijne waterranonkel
Tijdens onze succesvolle zomerwandeling merkten we een bloeiend exemplaar van
Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis) op in de vest. Ze is oorspronkelijk
inheems en voornamelijk in poldergebied in Vlaanderen aanwezig. De Engelse en
Duitse naam is 'gewone waterranonkel'. Deze plant van zoete tot matig brakke,
(matig) voedselrijke wateren heeft een voorkeur voor basische wateren. Marc
Leten voegt er aan toe: (matig) voedselrijk open water, zelden droogvallend.
Laat ons dit hopen voor de toekomst, want deze soort duikt als eerste op nadat
men de vest twee maal na elkaar liet verdrogen. Het zijn wortelende, drijvende
waterplanten, gesteld op vol licht. De afgeplatte deelvrucht heeft lucht in de
vruchtwand, zodat ze drijven kan, haken op de vrucht, en een mierenbroodje, wat
wel raar is voor een waterplant.
Insectenbestuiving zorgt doorgaans voor de bevruchting, maar soms is de
bevruchting cleistogaam. Verspreiding gebeurt met wind, water, dieren (inwendig,
uitwendig), en mieren, zo vermeldt ons het Register Flora Vlaanderen. Bloei van
mei - augustus. Verspreiding van mei - herfst
Boszegge
Boszegge (Carex sylvatica) is een Oud-bos plant van bos en struweel op
vochtige, voedselarme, zwakzure tot basische bodem. De kleine pollen zijn
overblijvend met compacte, onvertakte rizomen. Ze heeft een opgeblazen urntje,
lange vruchtsnavels, en een mierenbroodje op het urntje waarin de zaden zitten.
Bevruchting gebeurt door windbestuiving, zoals de meeste grasachtige planten.
Verspreiding gebeurt door wind, water, dieren (uitwendig) en mieren. Deze
schaduwplant is waarschijnlijk altijd aanwezig geweest in de omgeving, want we
kennen ze ook van o.a. het Nachtegalenpark-complex en het Ringbos. Ze kiemt in
het voorjaar, uit een zaadbank tot ongeveer 5 jaar. Inspectie in de nabije
omgeving - bijzonder veel bramen - leverde geen andere individuen op. Toch is
dit onwaarschijnlijk.
Erik
|