herfst 2007 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied.
BERCHEM - Een korte beschrijving van enkele nieuwe soorten in het werkingsgebied van Wolvenberg Natuurlijk.
Gewone Kameleonspin
Begin juni kreeg ik een foto van Glijn met een krabspin in actie. De foto is genomen op het terrein achter Cantincrode (ex NMBS terrein). Het spinnenonderzoek is officieel nog niet afgerond in Antwerpen, maar zo kunnen de mensen van ARABEL de spin op naam brengen en weten wij intussen dat om een exemplaar van de Gewone Kameleonspin (Misumena vatia) gaat. Nuttig om weten: staat in de Rode lijst van zeldzame en bedreigde spinnensoorten in Vlaanderen vermeld als "Kwetsbaar". (med. Koen Van Keer). Ook goed om weten is dat we de Gewone Kameleonspin ook op Wolvenberg aantreffen en op de bermen langs de snelweg en het spoor naar Gent. Krabspinnen danken hun naam aan de krabachtige poten die zijwaarts gericht zijn. De twee voorste paar poten zijn duidelijk langer dan de achterste. De kameleonspin onderscheidt zich van andere inheemse krabspinnen - althans de vrouwtjes - door haar vermogen om van kleur te veranderen. Geel en wit zijn de meest voorkomende kleuren, maar er zijn ook exemplaren die groenig tot grijsblauw gekleurd zijn. De spinnen zijn volgens de specialisten afwachtende jagers die meestal op de loer liggen tussen bloemblaadjes, wachtend op insecten. De Gewone kameleonspin was 'Europese spin van het jaar' in 2006.
Steenkruidkers
Deze zomer konden we Steenkruidkers (Lepidium ruderale) in zaad noteren aan de ingang van Wolvenberg. We hadden net de vraag gekregen van Justitie of de houtwal die verdween voor het reclamepaneel van de NMBS aan de ingang, intussen was hersteld. Dat was natuurlijk niet het geval. Pas als er dwangsommen dreigen die de verplichtingen overstijgen, wordt er gehoorzaamd. Gelukkig voor de Steenkruidkers, een plant van stenige plaatsen, eigenlijk echt aan grote steden gebonden. In het Duits Schuttkresse, dus 'Puinkers', eigenlijk een betere naam dan Steenkruidkers, want op muren zie je deze niet. De beschreven gemeenschap is Coronopo-Matricarietum; eigenlijk een stenen veldweg waar toch wat dieren urineren, begroeid met Kleine varkenskers, Reukloze kamille en Schijfkamille. De plant overwintert groen (en minuscuul), maar we herkennen ze aan de lepelvormige vruchten, die zoals bij de meeste Kruidkersen erg opvallend zijn. Steenkruidkers staat er in de zomer als een verhout, handhoog boompje bij. De geur is opvallend: in de flora staat ' muizenurine'. Voor wie dit wil kennen, men neme eerder de plant dan de muis. Het kiemproces gebeurt van herfst tot lente, dus in de vochtige periode, en de plant eist volle licht, dus brede open straten en een massa stikstof, zoals aan lantaarnpalen en verkeerslichten in de stad. Toch wordt naast zelfbestuiving van deze kruisbloemige 'insectenbestuiving' opgegeven. Deze inheemse soort is niet bedreigd.
Laurierwilg
Wegens veiligheidsproblemen hebben we enkele Witte abelen langs het fietspad laten verwijderen door de Groendienst. Op deze plaats schiet nu een laatbloeiende wilg uit, die langwerpige, omgekeerd eironde, toegespitste, leerachtige bladeren draagt. De bladrand is gezaagd, de bladeren zijn verspreid. De gevonden boom is jong, als een borstelsteel zo dik. Toch kan aanplanting in het verleden niet worden uitgesloten. Laurierwilg is eenslachtig, tweehuizig en hier betreft het een vrouwelijk exemplaar. Toch lijken de katjes bestoven te zijn geworden, want er pluist zaad. Ofwel is er een onopgemerkt mannetje Laurierwilg in de buurt, ofwel een eveneens laatbloeiende wilgensoort. Laurierwilg wordt vermeld voor bossen en struwelen op natte, matig voedselrijke bodem, inheems in het oostelijk deel van het land. Ze bloeit van mei tot juni.
Insectenbestuiving zorgt mee voor bevruchting en het zaad wordt verspreid door wind en water. Het betreft dus weer een Neofyt of Tuinontvluchter. Twijgen en knoppen zijn bij wrijven naar balsem geurend. De top van de bladsteel en bladvoet zijn voorzien van klieren. Ze komt (elders) voor in moerasbossen, in dichtgroeiende trilvenen en blauwgraslanden, aan waterkanten en in duinvalleien; vaak in slechts enkele exemplaren.

Laurierwilg - foto Erik Molenaar
Catalpa ovata (Chinese catalpa)
In de Zoo te Antwerpen zijn we dit jaar al meer op zoek geweest naar wilde flora. In een oud buffelverblijf met betonnen bodem kon ik in juni een zaailing van een exotische boom fotograferen. Aanvankelijk dacht ik dat het een Tulpenboom was, maar experten ter zake wisten dat het om een Catalpa ging. In de buurt staat maar 1 grote boom die er voor de uitzaaiing in aanmerking kon komen. Na controle van de bloemen bleek het om een nog niet eerder wild gerapporteerde soort te gaan. "Het blad met spitse punt en gele bloem wijst inderdaad op C. ovata, eerste waarneming voor België. In Beringen-Mijn verwildert C. x erubescens (= ovata x bignonioides)" , zo schrijft ons Filip Verloove.

Chinese catalpa (Catalpa ovata) in dierenperk buffels - foto Erik Molenaar

Gele bloem van Catalpa ovata - foto Erik Molenaar
Stokroos
Er heeft al eens een bijdrage over Althaea rosea in de Rietvink gestaan, dus zullen we deze nieuwe soort voor het natuurgebied zelf wat kariger vermelden. Dat ze nu in bloei staat in een bosrand, wil zeggen dat de tweejarige soort er vorig jaar al over het hoofd is gezien.

Vondst van stokroos in een bosrand van pc 17 - foto Erik Molenaar
Gewone zonnebloem
In een sleedoornbosje konden we eind augustus enkele bloeiende zonnebloemen waarnemen. Helianthus annuus is een niet inheemse siersoort, die regelmatig verwilderd wordt aangetroffen langs ruderale wegen, rommelhoekjes en omgewoelde bodems. De bladeren zijn tegenoverstaand, wat een onderscheid is met de verwante groep 'Tandzaad'. De bloembodem is vlak, in tegenstelling tot de meerjarige soorten Aardpeer en Stijve zonnebloem. Gewone zonnebloem is afkomstig van Noord-Amerika. Ze is vooral in het zuiden in gebruik als oliehoudend landbouwgewas.
Erik
|