<--menu top>-->
 

winter 2006 - Nieuwe soorten in ons werkingsgebied.

BERCHEM - Een korte beschrijving van soorten

Stijfselzwam

Wat op het eerste zicht een slijmzwam leek, werd maandenlang niet op naam gebracht. De verwachte sporen verschenen dan ook niet, want uiteindelijk betreft het de Stijfselzwam. Exidia thuretiana is vrij algemeen. Saprotroof op stronken en dode takken en stammen van loofbomen.

Roodbruine schijnridderzwam

Na de eerste vorst troffen we in het bos een ons onbekende, forse trechtervormige oranje zwam. Opvallend waren de aflopende oranje lamellen, die na het inzamelen en fotograferen sterk verbleekten. Na enige tijd vernamen we uit verschillende bronnen dat het om Lepista flaccida, de Roodbruine schijnridderzwam ging. De soort stond nog niet in onze lijsten, ook niet met zijn oude naam Roodbruine trechterzwam. De soort wordt opgegeven als toenemend in de laatste decennia. Saprotroof tussen bladeren en in humus van bossen op voedselrijke grond.

Roodbruine schijnridderzwam in de houtkant langs de Singel, Lepista flaccida
Wolvenberg Berchem – Erik Molenaar

Winterdonsvoetje

Tijdens het verzamelen van sluikstorten in de houtkant langs de Singel, troffen we kleine bruinrode paddestoelen op dood hout. Deze blijken het winterdonsvoetje, een wintervorm van het Gewoon donsvoetje, met enkele minieme microscopische verschillen en natuurlijk de periode van fructificeren. Tubaria furfuracea var. hiemalis wordt ook beschreven als Tubaria hiemalis en is dus nieuw in het natuurgebied waargenomen.

Winterdonsvoetje op dood hout, Wolvenberg Berchem – Erik Molenaar

Fluweelelfenbankje

Op één van de graslanden - waar ooit exoten zijn afgehaald - troffen we Oranje aderzwam in gezelschap van o.a. Oesterzwam en Fluweelelfenbankje. Deze laatste - Trametes pubescens - stond nog niet in de overzichtslijst van paddenstoelen in het natuurgebied. Niet alleen het fluwelige oppervlak, maar vooral de vorm van de gaatjes vormen een belangrijk onderscheid met de andere elfenbankjes. Het gevonden exemplaar was intussen al wat veralgd en bemost.

Agrobacterium tumefaciens

Op een grote Boswilg zagen we tegen de heldere hemel grote houtige zwellingen op de takken, en blijkbaar ook op de stambasis. In het gallenboek kwam de sleutel uit op Agrobacterium radiobacter subsp. tumefaciens. Deze gallen worden blijkbaar veroorzaakt door een in de grond voorkomende plant-pathogene bacterie, veelal gekend als Agrobacterium tumefaciens. Deze veroorzaakt kroonvormige gallen op de basis van planten (ook bij rozen, groenten en andere bomen). De bacterie kan een stukje DNA via een Ti-plasmide in de gastheer-cel brengen, waarna een kanker (of gal) optreedt. De wetenschap gebruikt deze Ti-plasmide om ander genetisch materiaal in cellen te brengen, zelfs bij dieren en mensen. Via schorswonden (specht, snoeien..) komt de bacterie binnen.

Gaaf kantmos

Tijdens het hakhoutbeheer op de spoorbermen troffen we twee kleine populaties Gaaf kantmos aan op een geërodeerde plek met Noordexpositie. De wierookachtige geur was onmiskenbaar en de overlappende deelblaadjes waren compleet gaaf. Lophocolea semiteres is een invasief levermosje uit het Zuidelijke halfrond dat de laatste 20 jaar heel West-Europa heeft veroverd. Merkwaardig is wel dat er een grote versnippering is van mannelijke en vrouwelijke planten in het gebied. De soort heeft een voorliefde voor zure zandgronden. Niet mis te verstaan is dat we ze uitgerekend in het kalkloze zandige deel van het Wolvenberg-complex ontmoetten. Het is ook al gezien op andere zandige plaatsen in Berchem, zoals de begraafplaats Middelheim.

Gaaf kantmos op zandige noordhelling spoorberm Wolvenberg – Erik Molenaar

Erik