<--menu top>-->
 

Inheemse aanplantingen, Een visie vanuit duurzaamheid

300 jaar willekeur

GvZ 01-10-01
Aanplantingen en traditionele tuinen hebben hun intrede pas een goede 300 jaar geleden gedaan. Daarvoor lag om het domein een houtkant, een bos, een strookje wildernis dat de akkers en weilanden omzoomde. Een restant van de uitgestrekte wildernis die na de ijstijd onze streken heroverde. Om kastelen werden prestigieuze parken aangelegd met soorten die getuigden van de bereisdheid van de eigenaar. Vooral het ontdekken van de Nieuwe wereld bracht soorten van algemeen nut, voor voedsel en geneeskunde, naar onze streken. Stilaan kwam een ware exodus van exoten opgang. Aanvankelijk ging het om enkele honderden vreemde species, maar later in de golden sixties werd het aanbod in speciale winkels en kwekerijen nog eens verhonderdvoudigd. Nu is de balans al jaren doorgeslagen naar een totaal onevenwicht in de natuur. Ruim een derde van alle in het wild voorkomende plantensoorten zijn hier niet van nature aanwezig. Ze zijn hier geïntroduceerd en leiden een uiterst onbekommerd bestaan, waarbij ze in hoge mate zorgen voor het uitsterven van ons natuurlijk patrimonium.

Waar zit het probleem

Mogen we niet doen wat we zo maar willen? Hebben we echt een verantwoordelijkheid? Natuurlijk niet : alles kan de pot op. Toch moeten we eerst weten waarom het ongepast is om voor onze aanplantingen een commerciële keuze te maken. In de natuur hangt alles samen. Bomen kiemen met de paddestoelen die hier in de bodem voorkomen. Dieren eten van de soorten die hier altijd aanwezig waren, herkennen de vreemde soorten bijna niet. Vreemde soorten kennen hier dan ook nauwelijks ziekten, wat ze mooi en gezond schijnt te houden. Maar ze zaaien veelal gemakkelijker uit dan men denkt. Ze breiden onbelemmerd uit, omdat geen enkele ecologische rem op hun expansie aanwezig is. Kiest men voor exotische aanplantingen, ook in de eigen tuin, dan kiest men niet voor het behoud van biodiversiteit. De ruimte voor natuur is dramatisch afgenomen, en elke vierkante meter in Vlaanderen is belangrijk voor het in stand houden van levensgemeenschappen. Het gaat niet langer om mooi, of functioneel, of typisch. De keuze van onnatuurlijk groen is ons jarenlang opgedrongen door gewetenloze geldzucht en oppervlakkigheid.

Een ecologisch evenwicht

Is een zware term om in openbare groenvoorzieningen te gebruiken. Toch doen zich plagen voor in de eeuwenlang ongenaakbare soorten. Zo is er eindelijk een vlindertje tot in onze streken doorgedrongen dat parasiteert op Witte paardekastanje. Ik kan wel juichen, dat na honderden jaren eindelijk IETS wil samenleven met deze giftige, donkere en ongastvrije griezel die wij al zolang koesteren omwille van zijn sierlijke bloeiwijzen. Ze staan ook op het Dageraadplaats, krom en kapotgesnoeid, aangereden door vrachtwagens en verstikt in versteende grond en afgesneden van de lucht door asfalt. Ze zijn op. Sneeuwbes, in al zijn kweekvormen, verschijnt nog telkens op elke nieuwe rotonde, op elke hoek van een heringericht kruispunt. De bessen worden wel eens gegeten door merels, maar nooit heeft een andere plant kans gezien zich in wortelconcurrentie te meten met deze giftige rommel. Nooit groeide één paddestoel samen met deze droefenis, nooit at één regenworm er een afgevallen blaadje van. Weg er mee. Behaag natuurlijk is het nieuwe credo. Wat daarna verwildert in de omgeving is dan eindelijk een zegen in plaats van een pest.

Inspraak : hoera !

En dan is het eindelijk zo ver. De Antwerpenaar krijgt inspraak in het bestuur. De buurt wordt opgetrommeld om mee te beslissen over de kleur van een vuilbakje, of over de soort bomen dat op een plein geplant zal worden. Maar voor u mondige burger kunt zijn moet u weten waarin u beslist. Want de keuze van de soorten voor inrichting van park en plantsoen zijn eigenlijk bij wet vastgelegd. Deze soorten moeten een weerspiegeling zijn van de natuurlijke omgeving. Dat heeft men in Antwerpen nog nooit willen doen. En hierin wil men u te slim af zijn. Want men weet dat de burgers hierin niet gevormd zijn. De overheid heeft in zijn eigen omvangrijke publicatie ‘Leren om te Keren’ alles voor een duurzaam ruimtelijk beleid uitgewerkt. Niet één regel is ooit gebruikt om bestuursbeslissingen te stofferen. Ook nu zal men ‘zich gedwongen voelen’ om de verkeerde aanplantingen te doen. Ik verwijs naar de vorige bijdrage over de Dageraadplaats in het lentenummer. Dacht u dat men van uit het bestuur ook maar 1 vraag gesteld heeft?

Milieubeleidsplan Antwerpen

In uiterst voorzichtige bewoordingen is men er in geslaagd NIETS te zeggen over de sensibilisering voor inheemse soorten in de stad. Het lijkt wel alsof men ons aanmoedigt om Japanse conifeertjes, Amerikaanse vogelkersen, Chinese hemelbomen en Oost-Indische kers te gebruiken in de omgeving. Het heeft geen enkele zin om verwilderende soorten aan te moedigen of toe te staan in de openbare groenvoorzieningen in de stad, en restricties op te leggen voor parken en groengebieden buiten de stad, want die zijn er gewoon niet. Er zijn met de openbare aanbestedingen gewoon te veel commerciële belangen gemoeid om een ommekeer te starten. Daarom moet het signaal van de burgers zelf komen. Niet van een natuurbehoudsvereniging of een wetenschappelijk instituut. Het is dan ook niet genoeg om te kiezen voor een bepaalde soort boom op een plein, maar voor een structurele en duurzame beslissing. Bomen groeien niet graag in een asfalten bloempot, maar wel samen met een kruidlaag, een struiklaag en in een levende bodem. Daarom moet er gepleit worden voor een streekeigen initiatief. Het mijne is : klimop op de bodem, hazelaars en meidoorns daarboven op en hiertussen Gewone es. De meest natuurlijke boomsoort uit de Zurenborgse omgeving. Een prachtboom die barst van het leven en ook in de winter voedsel verschaft aan tal van meesjes. Het worden grote en toch lichte bomen. Hun zaad verspreid zich over grote afstanden en kan geen enkele verstoring in de nabije natuur veroorzaken. Doet u mee?

Een ecologische berm

In augustus heeft de Vlaamse overheid haar bermbeheersplan voor de Kleine Ring voorgelegd aan alle groenbeherende instanties die langs de Ring eigenaar of huurder zijn. Ik vind dit een zeer belangrijke stap die enkel zin heeft als de lijn wordt verder getrokken naar de stedelijke sfeer.

Gedenk o mens

Dat terwijl u mag beslissen over de keuze van een bepaalde boom op uw piepklein pleintje Stad en Staat de inrichting van het Deurganckdok in Doel door uw strot ramt, dat de Sluiting van de Kleine Ring over de Linker oever de doodsteek voor Blokkerdijk en het Noordkasteel betekenen en de degradatie van het Rot veroorzaken. Dat terwijl u dit leest de laatste stukken groen langs de Ring en de Singel verschrompelen en op de schop gaan.