<--menu top>-->
 

Historiek en natuurwaarden in de Brilschans in Berchem

BERCHEM - Volgende bijdrage wil enig licht werpen op de schans die tussen de Grotesteenweg en de spoorlijn Antwerpen-Brussel ligt.

Historiek

Afgaande op enkele oude kaarten kunnen we ons een beter beeld vormen van de omgeving. In Prims' 'Geschiedenis van Berchem' (1949), worden een hypothetische kaart met de waterhuishouding van het Antwerpse grondgebied vóór 1200 en een meer administratieve kaart van het 'markgraafschap', in 1662 gedrukt bij Peeter Verbiest, gereproduceerd. Een nieuw getekende, synthetische kaart voor het oude Berchemse grondgebied, met hoogtecurven, bodemaanduiding en toponiemen is verder ook een nuttig gegeven. Omdat de Brilschans zo dicht bij de oude Sint-Willibrorduskerk ligt zijn we nogal zeker van de omgeving. De kant van Wilrijk was een hoogte van 15m, eerder zandig en onvruchtbaar, die afliep naar 10 m aan het Papenmoer (Koning Albertpark) met vermelding van hoogveen. In de tekst wordt een waterondoorlatende ijzerlaag besproken, ontstaan door oxidatie van glauconiet, de blauwige component van de kleiige leem op Wolvenberg. De vruchtbare gronden zijn lemig en lopen af van Luythaghe op 15 m (Scheibeek met Mortsel) naar drassige gronden op Zurenborg op 6m. Toponiemen rondom de Schans zijn 'Rodervelt', 'Berchembos', 'Wapelhaghe' en 'Leege velden'. Voorts 'Berchem dorp' (de kerk) en de 'Kasteelvelden'. De hoogte 'Stuyvenberghe' met hierop de Berchemmolen scheidde de afwatering naar Antwerpen. De Fierkensdijk met een brug vangt waters op uit het omgrachte Ruitenburg, Pulhof en Troyentenhof, en langs het oud kasteel van Berchem liep het valleitje naar Zurenborg waar het uitmondde in de Potvliet en later de Herentalse vaart. De Grens(scheidings)beek, zo goed als zeker de oudste waterloop aldaar, werd door de aanleg van de spoorlijn aan het Schalienhof in een goot of afloop gedwongen; (sic) een waterval van anderhalve meter! Te voor liep zij langs het Klein Duivelshof waar ze de naam Luysbeek aannam en eveneens voortkabbelde naar de Potvliet of Herentalse vaart.
Bij de aanleg van de Brialmontomwalling werd heel deze historie op zijn kop gezet en namen de vesten een belangrijk deel van de sloten en beken in ontvangst.

Op de militaire stafkaart van 1880 zijn deze zaken duidelijk.
De Brilschans is als restant van deze grote omwalling nu nog herkenbaar aan de V-vormige vest. Rond 1880 is de omgeving nog zeer landelijk. Enkele markante domeinen liggen hier rond, met name het Hof van Schrieck, het oude Hospitaal St.-Maria, het Pulhof. De twee grote boerderijen die hier liggen zijn de Schaliënhoeve en de Rooihoeve (het Rooy)
Na de afbraak van de omwalling in 1963 werd besloten hier een gemeentelijk park aan te leggen, met als kern de restant van de buitenvest. Er kwam geen beek meer in de vest uit en het water is grondwater, net zoals dat bij het vest-restant van de Wolvenberg (het zgn. 'Verloren Water') het geval is.
Tussen de snelweg en de schans bevonden zich volkstuincomplexen, die voortgezet werden over de Veldekens, het land tussen de schans en de spoorweg. Het Rooi, waar de voetbalvelden liggen, werd stilaan dicht gebouwd.
Rond de millenniumwisseling ging alles in een stroomversnelling, ondanks aanhoudend protest over het verdwijnen van 'groen' trok men een fietspad door de laatste snippers parkzone, werd de vest grootschalig geruimd en kwam er een soort visput voor in de plaats. Ook werden er massa's exotische boomsoorten bij geplant. Wolvenberg Natuurlijk stelde voor om de graslandjes en bosjes langs het fietspad natuurlijk te beheren en ging een beheerovereenkomst aan voor een nieuw stuk 'Wolvenberg', dit maal extramuros. De aanleg van het fietspad had de waterhuishouding sterk beïnvloed: alles werd geëgaliseerd. Er kwam een poel op een plaats waar indicaties van kwel waren, maar het water zit te diep.
Er kwam een nieuwe woonwijk omgeven door immense kantoorblokken, de oude 'roze' hoeve werd in één weekend afgebroken omdat er krotbelasting moest betaald worden.
De graslandjes aan de Belgacom-kantoren zijn heden nog open en als hondenwei in gebruik, maar de plannen liggen klaar voor een enorme bouwwerf.
Alles is grotendeels opgedoekt; de open ruimte, het groene Rooi, is verleden tijd.

Op zoek naar natuurwaarden

De Veldekens is slechts een naam geworden voor enkele volkstuinen. Het is volgebouwd op deze na. De akkerkruiden die we er aantroffen getuigen van kleinschalige maar intensieve landbouwerij. Hondspeterselie, Alsemambrosia, Gewoon handjesgras, Citroengele honingklaver, Bleke en Grote klaproos en zelfs Zeepkruid zijn de gewone pioniers van rijke bodem. De perceelscheidingen bevatte nog Bosrank en Hop, maar Japanse haagliguster geeft niet veel levenskansen aan meer dan dat. In braakliggende of verlaten akkertjes op iets drogere rijke bodem vallen toch enkele merkwaardige pioniersoorten op, zoals Muurpeper, Kleverig kruiskruid, Gewone spurrie, Koningskaars, Veldereprijs, Klimopereprijs en de Rode lijstsoort Geelrode naaldaar.
De bermen van de Kleine ring zijn bijzonder merkwaardige biotopen. Door de verbreding met een rijstrook sneuvelde een berm die wit zag van de bloeiende margrieten. Opvallend veel Maarts viooltje, Kraailook, Geel nagelkruid, Klimopereprijs en Vogelmelk sieren de struwelen tussen het fietspad en de snelweg. De aanplantingen voor het Ringbos zijn hier gebeurd met soorten als Hazelaar, Sleedoorn, Ruwe berk, Lijsterbes en Zomereik. Helaas staat er veel Robinia tussen, wat de vorming van de kruidlaag bijzonder bemoeilijkt. Hierdoor treffen we een moslaag aan die uit twee soorten bestaat, nl. Gewoon dikkopmos en Fijn laddermos.

Brilschans vest.

In 1975 was het water nog zeer goed van kwaliteit en bevatte een grote populatie Groot blaasjeskruid, een vleesetend waterplantje van voedselarm water. Op moment van onderzoek in 2000 troffen wij enkel Veenwortel in het water aan, naast een aantal exemplaren Gele plomp die in emmers op de bodem waren neergelaten.
De Spoorbermen naar Brussel ontdubbelen vanaf de stationsbrug. Dit vormt een verbinding met de open ruimte aan de luchthaven van Deurne en het natuurgebied Klein Zwitserland in Mortsel. Hier is in (het jaar) 2000 nog een vos opgemerkt. Het staat de dieren eigenlijk vrij om langs hier, over de spoorbrug naar Wolvenberg over te steken. Een belangrijke migratieroute dus, die helaas stiefmoederlijk wordt behandeld. Het herbicidenmisbruik is er groot, vooral langs het Rooi. De bermen zijn gekoloniseerd door Gewone es, die in hakhout wordt omgezet. In 2001 werden er haagjes met exoten aangeplant.

Zilverbeek.

De Grensbeek tussen Mortsel en Berchem is afgeleid naast de spoorweg en verdwijnt in een duiker onder de snelweg, richting Wolvenberg. De loop is overwelfd met een betonnen rooster. De beek is goed voorzien van waterplanten, o.m. Gewoon sterrenkroos. Tot grote vreugde van de Kleine watersalamander is er eten en beschutting in overvloed. Helaas bereikt ze geenszins het Verloren Water op Wolvenberg. Jaarlijks spoelen zo honderden larven van visjes en amfibieën de riolering in.

Gemeentepark Brilschans.

Een formeel park met veel mooie exoten, een speeltuin en een paar sportvelden geeft de natuur bijzonder weinig kansen. Het ligt alleszins afgeschermd van de geluiden van de snelweg. De gazons zijn intensief gemaaid en bieden levenskansen aan een massa Madeliefjes, maar ook aan Speenkruid dat aan de eerste maaibeurten ontsnapt. De Zwarte els trekt altijd een hoop sijsjes aan in de winter. Japanse duizendknoop is erg opvallend aanwezig in de ongemaaide delen, evenals Sneeuwbes. Witte en Hartbladige els zijn samen met Gele kornoelje voorlopig nog de minst storende 'aliens' in dit park.
Belgacom-weide. Een zeer nat hellend grasland tussen de snelweg en de oude kantoren van Belgacom werd ingericht als hondenweide. Ze trekt bijzonder weinig hondjes aan, maar was de leef- en voortplantingsplaats van een grote populatie Gewone pad. De plassen zijn nu verdwenen door de 'aanleg' van een gazon. Vooral hier valt Kraakwilg op, een soort die zich aan deze zijde van de omwalling goed heeft gehandhaafd. De neutrale schors is een ideale drager van allerhande epifyten, zoals Sikkelsterretje, Klauwtjesmos en een resem korstmossen, waaronder een recent verschenen mediterrane soort, nl. Candelaria concolor - Vals dooiermos.

Perceel spoorbrug.

Dit kleine stukje Schietwilgbos, waar trouwens de Zilverbeek in de duiker verdwijnt, is een van de plaatsen waar Vos werd gezien. Hier werd door de Steinerschool 'De Es' een inheemse haag aangeplant die het bosje moet afschermen tegen betreding en sluikstort. Ook hier staat nog Kraakwilg.

De Schanskoepel.

Onlangs werd hier de slib-berging uit de vest van de Brilschans gedaan. Toen de specie was opgedroogd werd er gras op gezaaid, en een keur van siergewassen moesten het geheel omzomen, waaronder de giftige Gouden regen. De helling naar de vest is nog authentiek. In de uitgeloogde schuinte heeft zich een mostapijt ontwikkeld met vooral Groot rimpelmos. Er staan oude Zomereiken en Schietwilgen, met een ondergroei van enkele Boskruiden, zoals Akkerkool, Bleeksporig bosviooltje, Vogelmelk, Speenkruid, Brede stekelvaren en Mannetjesvaren. Enkele pollen IJle zegge wijzen op een lange bodemrust. Op de schraalste delen troffen wij warempel nog Pilzegge, Gewone brem, Bochtige smele en Gladde witbol. Voorts zijn er spontane vestigingen van Eenstijlige meidoorn, Mannetjesvaren, Beuk en Schaduwgras.

De Voetgangersbrug.

Lang heeft deze brug een grote populatie Plat beemdgras kunnen herbergen en hopelijk wordt er niet meer gespoten. Tot onze verrassing troffen we er ooit een muis aan. Het is niet uitgesloten dat sommige dieren de weg naar de overkant aandurven. Als de randen met kruiden en grassen begroeid zijn is dit een prima ecoduct over de snelweg.
Natuurlijke graslanden. Sinds 1999 worden enkele percelen als hooiland gemaaid. We vinden er Aardaker, Hazenzegge en een massa Knoopkruid dat het grasland blauw kleurt in de volle zomer. Rapunzelklokje, Goudhaver, Gewone bermzegge, Dubbelkelk, Peen en Reukgras beginnen weer aan hun verschijning. We hopen op een mooie ontwikkeling en behoud van de ruige structuren die de veldjes omgeven. Hierin werd enkele jaren geleden nog Dwergmuis opgemerkt tijdens het maaien. Hierin staan enkele exemplaren Gulden sleutelbloem, een voor het Antwerpse zeldzame maar oude verschijning. Ooit heeft de omwalling er duizenden exemplaren van gekend. Wellicht kan de populatie zich handhaven in het graslandbeheer dat hier wordt uitgevoerd.

Schietwilgbroekbos.

Een klein deel van de graslanden is niet beplant met 'bosgoed', maar is spontaan verbost met Schietwilg, vooral in het natte deel. Het is rijk aan Kraailook en als getuigenis van de gedempte vesten staat er nog Groot hoefblad. Het is vooral kwetsbaar door de duizenden Wilde kastanjevruchten die van op de tramlus in het bos terechtkomen en steevast kiemen. Bergbasterdwederik, Brede wespeorchis, Speenkruid, Kruipende boterbloem, Koninginnenkruid en Gewone es staan hogerop in overgang naar volgende ecotoop.
Rijke droge bosperceeltjes in natuurbeheer. Uit aanplanting ontsnapte boomsoorten zijn vooral Spaanse aak, Gewone esdoorn, Grauwe abeel en Gewone robinia. Zomereik komt in de omgeving nog enigszins wild voor. In de kruidlaag zijn Kweek, Brede wespeorchis, Gewone hennepnetel, Kleefkruid, Gewoon robertskruid maar ook Geel nagelkruid, Look-zonder-look, Hondsdraf en Schaduwgras opvallende verschijningen. Gewone vlier met hieronder Hondsroos, Heggedoornzaad, Kraailook en Dolle kervel treden op de voorgrond waar exoten werden verwijderd. Klimopereprijs is sterk in uitbreiding.

Pulhof ijskelder.

Het oude Pulhof is een residentieel complex met luxueuze flatgebouwen. In de voormalige kasteeltuin is een ijskelder bewaard gebleven waarin zich 's zomers grote groepen vleermuizen ophouden. Enkele oude bomen, waaronder Robinia en Zomerlinde domineren de omgeving van dit eeuwenoude bouwsel, met in de gazon een tapijt van Rondbladig boogsterrenmos. Hoewel er afspraken zijn gemaakt voor de inrichting van een vleermuisreservaatje is de uiteindelijke stap nooit gezet.

Toekomst

Zolang de natuurvereniging dit mag zal het natuurlijk patrimonium beschermd kunnen worden. De Brilschans dankt zijn schoonheid aan de waterpartij, maar zolang die niet natuurlijk wordt beheerd blijft het een lege doos. De oude kazerne van Berchem had wel degelijk grote natuurwaarden in en rondom zich. De komst van nieuwe kantoorblokken en woonruimte zal een zware tol heffen op de leefbaarheid van het eens zo welvarende Berchem.
Momenteel is de verbinding tussen Wolvenberg en Klein Zwitserland langs de spoorweg niet uitgewerkt. Als er van de overheid geen stimulans komt om zulks in werkelijkheid om te zetten, dan zal de natuurvereniging de kat uit de boom blijven kijken.
Erik Molenaar