zomer 2003 - Nieuwe organismen gezien in ons natuurgebied
Zuidelijke keizerlibel
BERCHEM - Steven deed een bijzondere waarneming, een eerste vondst van een zeldzame libel. De zuidelijke keizerlibel (Anax parthenope) is 65 tot 75 millimeter groot en leeft bij grote stilstaande wateren. Het begin van het achterlijf is blauw, de rest is donker gekleurd. Over het achterlijf loopt een brede donkere lengtestreep. Het borststuk is grijs of bruin gekleurd. Het insect valt op door een blauwe zadelvormige vlek. Deze libel vliegt van eind mei tot midden september. Het insect wordt steeds meer en steeds noordelijker waargenomen.
Akkerkers
Een vaak over het hoofd geziene soort is deze kleine kruisbloemige, die we in de bermen aan de ingang opmerkten eind juli. Doorgaans wordt ze versleten voor een kommervorm van Moeraskers, maar de bloempjes zijn bleekgeel en de vruchtjes kleiner en afstaand. Voorts is de grote eindlop in het gedeelde blad niet aanwezig. Net als Moeraskers kun je de plant tussen straatstenen aantreffen. Haar lievelingsplaats is een stikstofrijke zandige verstoorde bodem. Opnieuw een raadsel dus waarom ze nog niet tevoren is opgemerkt op Wolvenberg.
Watercrassula
De Watercrassula, een exotische zeer bedreigende water- en oeverplant, wordt al jaren bestreden in onze poel aan de voetgangersbrug. In Juni was de poel bijna volledig drooggevallen en groeiden de planten sterk uit. De meeste opstijgende stengels vertoonden bloemen. De hoge temperaturen speelden zeker in de kaart van deze prachtige succesvolle soort. Helaas kan ze niet bijdragen aan de schoonheid van onze natuur. Hoe moeilijk ook, ze moet worden gestopt. De vraag is hoe. Nu is ook in een andere poel Watercrassula verschenen. Niet nieuw dus, maar bestreden en toch nog uitbreidend.
Lange ereprijs
Deze prachtige plant met zijn mooie blauwe bloemen is zeldzaam in zijn natuurlijk biotoop, en is inheems in het Centraal-Europees district. Zoals veel mooie planten worden ze in tuinen aangeplant en kunnen dan verwilderen. In het stedelijk milieu duikt deze plant dan ook op als de groeimogelijkheden zijn geboden. Ik had de plant reeds gezien in Lier langs de Nete en elders langs de Dijle. Ook in Polen stond deze in vochtige graslanden langs rivieren (Biebzra). Ik kon blijkbaar geen verband leggen met de kurkdroge trambedding in de Mercatorstraat, en herkende de soort niet. Het is in Vlaanderen dus een verwilderde sierplant (adventief; ingeburgerd), maar in Nederland een Rode lijst soort.
Deze vondst is wellicht nieuw voor Antwerpen, en ook voor ons werkingsgebied. Er is geen echte kans op een stabiele populatie.
Egelantier
Bij vegetatieopnamen langs de Ring ten behoeve van het bermbeheerplan voor de Regie der Wegen, stelde ik talrijke zaailingen vast van Egelantier. Deze rozensoort is wild en inheems in Vlaanderen, tenminste in het Maritiem district en de zuidelijke kalkhoudende districten. De plant is thermofiel, en gebonden aan struwelen op kalkhoudende bodems. Dat maakt haar een prima kandidaat voor het Ringbos. Helaas voor mij heb ik haar altijd over het hoofd gezien, tenminste op het natuurgebied zelf. De grote struiken zijn natuurlijk niet erg bereikbaar op de spoorhellingen en om geurloze bladkliertjes te onderscheiden van welriekende moet men de planten natuurlijk niet alleen onder de loep houden, maar ook ruiken. Egelantier scheidt in de bladklieren een naar appelschil geurende stof af (Granny Smith) en wie verkouden is zal snel concluderen dat het dan wel Hondsroos moet zijn. De soort is trouwens beschermd (ondergrondse delen beschermd tot de wortelhals); ze mag gekapt worden, maar niet uitgegraven of vernietigd. Ons hakhoutbeheer op de spoorbermen zit dus wel gunstig in elkaar; we hebben de rozen altijd al gespaard. Egelantier wordt tot 3 meter hoog, wat haar iets bescheidener maakt dan Hondsroos, die tot 5 meter hoog kan worden.
Egelantier is een prachtig sieraad in ons bos en struweel op droge arme basische bodem.
|