Inventarisatie van de mollusken in het natuurgebied Wolvenberg.
N. Severijns*, J. Wuyts, J. Poeck, R. De Roover
(*Buizegemlei 111, 2650 Edegem; bvc.severijns@village.uunet.be)
BERCHEM - Begin 2001 werd op initiatief van enkele leden van de Belgische Vereniging voor Conchyliologie (BVC), in samenspraak met Erik Molenaar en enkele andere geïnteresseerden, gestart met de inventarisatie van de molluskenfauna van het natuurpark Wolvenberg. Omdat bij een eerste prospectie bleek dat de verschillende biotopen die in het reservaat voorkomen relatief klein zijn, werd beslist om dit project slechts met een beperkte groep uit te voeren, teneinde de biotopen minimaal te verstoren. In de voorbije maanden werden verschillende plaatsen tussen Berchem-station en de Jan Van Rijswijcklaan onderzocht om een eerste beeld te krijgen van de soorten die op Wolvenberg voorkomen. Daarbij werden ook de twee poelen achter de vijver onderzocht. De poel bij het populierenbos (ter hoogte van de voetgangersbrug over de Ring) en de Brilschans werden nog niet onderzocht. In totaal werden tot nog toe 20 verschillende soorten land- en zoetwaterslakken waargenomen.
Meer foto's (44.544 bytes)
Meer foto's (44.032 bytes)
Landslakken
Op het gedeelte van Berchem-station tot Berchem-kerk werden waarnemingen verricht op drie plaatsen langs de spoorwegberm, op en rond de betonblokken naast de vijver en tussen de vegetatie bij de muur van het vleermuizenverblijf. Daarbij werden volgende soorten gevonden: Cochlicopa lubrica (Glanzende agaathoren), Vitrina pellucida (Doorschijnende glasslak), Vitrea crystallina (Gewone kristalslak)*, Aegopinella nitidula (Bruine blikslak), Oxychilus draparnaudi (Grote glansslak), Oxychilus alliarius (Look-glansslak), Zonitoides excavatus (Grofgestreepte glimslak), Monacha cantiana (Grote karthuizerslak), Trichia hispida (Gewone haarslak), Cepaea nemoralis (Gewone tuinslak) en de naaktslakken Arion distinctus (Donkere wegslak) en Deroceras reticulatum (Gevlekte akkerslak).
Bij waarnemingen op het gedeelte tussen Berchem-kerk en de Jan Van Rijswijcklaan werden ook nog Vallonia excentrica (Scheve jachthorenslak)*, Vertigo pygmaea (Dwerg-korfslak)*, Vallonia costata (Geribde jachthorenslak)* en de naaktslak Arion intermedius (Egel-wegslak) gevonden, en ook een vrij grote populatie van Vitrina pellucida (Doorschijnende glasslak).
Van de met een * gemerkte soorten werden slechts enkele exemplaren waargenomen. In alle vier gevallen betreft het echter zeer kleine soorten (maximaal 2 mm groot) die daardoor erg gemakkelijk over het hoofd worden gezien. In de toekomst zal meer volledigheid voor deze soorten worden nagestreefd door strooisel- en grondstalen te onderzoeken. Ook de naaktslakken werden nog niet echt systematisch in het onderzoek betrokken. Dit zal in de toekomst wel gebeuren, waardoor zeker nog verschillende soorten aan de lijst zullen worden toegevoegd.
Voor drie soorten, nl. Vertigo pygmaea, Oxychilus alliarius en Zonitoides excavatus worden in de “Voorlopige Atlas van de Landslakken van België” (J.J. De Wilde, R Marquet en J.L. Van Goethem, Kon. Belg. Inst. voor Natuurwetenschappen, 1986) nog geen waarnemingen vermeld in het 10x10 km2 hok (nr. ES97) waarin Wolvenberg zich bevindt, zodat bovenstaande waarnemingen de gegevens in dit werk aanvullen.
Zoetwaterslakken
De twee centrale, vlak naast elkaar gelegen poelen achter de vijver werden onderzocht in oktober. In beide poelen werden dezelfde vier soorten zoetwaterslakken aangetroffen, nl. Lymnaea stagnalis (Gewone poelslak), Galba truncatula (Leverbotslak), Physella acuta (Puntige blaashoren) en Planorbis carinatus (Gekielde schijfhoren).
Hoewel in de twee poelen, die ongeveer even groot zijn, dezelfde vier soorten zoetwaterslakken werden gevonden, werden er toch een paar opvallende verschillen vastgesteld. Zo was Lymnaea stagnalis algemeen aanwezig in de tweede poel (te rekenen vanaf de vijver), maar veel minder talrijk in de eerste. Het omgekeerde gold voor Planorbis carinatus. Physella acuta was in aantallen in beide poelen ongeveer even sterk vertegenwoordigd. Er werden ook verschillen in de populaties van de drie soorten in de poelen opgemerkt. In beide poelen vertoonde de populatie van Lymnaea stagnalis een continue overgang van juveniele naar volwassen exemplaren (hoogte tot 35 mm). Van Planorbis carinatus werden in de eerste poel bijna uitsluitend juveniele exemplaren (tot 6 mm diameter) gevonden, terwijl in de tweede poel zowel juveniele als volwassen exemplaren werden aangetroffen (diameter tot 12 mm). Voor Physella acuta tenslotte, werden in de eerste poel enkel juveniele exemplaren gevonden terwijl in de tweede poel bijna uitsluitend volwassen exemplaren (tot 11 mm hoog) en bijna geen juveniele gevonden werden. Het algemeen beeld voor deze twee poelen is dan een overwicht van juveniele exemplaren in de eerste poel, terwijl in de tweede poel duidelijk meer volwassen exemplaren voorkwamen in de periode van de waarneming. Blijkbaar zijn er de voorbije maanden veel jonge dieren van Planorbis carinatus en Physella acuta uitgekomen in de eerste poel en veel minder in de tweede poel. De reden hiervoor is niet echt duidelijk, temeer daar deze twee poelen vanaf de late herfst en ’s winters verbonden zijn. Dit verdient duidelijk verdere opvolging.
Op de oever van de tweede poel (te rekenen vanaf de vijver) werden tussen en op de afgevallen bladeren volgende soorten land-en zoetwaterslakken waargenomen: Cochlicopa lubrica (Glanzende agaathoren), Vertigo pygmaea (Dwerg-korfslak), Oxychilus alliarius (Look-glansslak), Trichia hispida (Gewone haarslak), Galba truncatula (Leverbotslak) en Lymnaea stagnalis (Gewone poelslak). De laatste twee zijn zoetwaterslakken. Voor Galba truncatula is het niet ongewoon dat deze op de oever van de poel werd aangetroffen. Het is immers geweten dat deze soort ook voorkomt in vochtige milieu’s net buiten het water. Voor de tweede soort, Lymnaea stagnalis is dit wel ongewoon.
Eind november werd tenslotte ook een eerste onderzoekje uitgevoerd van de poel naast het populierenbos, bij de voetgangersbrug. Hierin werd een gans andere populatie zoetwaterslakken dan in de twee andere poelen aangetroffen: veel Radix ovata (Ovale poelslak), veel minder Stagnicola palustris (Moeraspoelslak) en enkele Bithynia tentaculata (Grote diepslak), Planorbis carinatus (Gekielde schijfhoren) en Valvata piscinalis (Vijverpluimdrager). Dit grote verschil in soorten met de twee eerder besproken poelen zou verband kunnen houden met een verschillend zoutgehalte. Radix ovata, Stagnicola palustris en Bithynia tentaculata zijn namelijk soorten die alle drie in zwak brak water kunnen leven en een hoger zoutgehalte kunnen verdragen dan de soorten die in de twee eerder besproken poelen voorkomen. Ook dit verdient nog verder onderzoek.
Omwille van het grote verschil tussen de populaties zoetwaterslakken in de poelen, waardoor er op Wolvenberg (in een stedelijke omgeving toch) minstens acht verschillende zoetwatersoorten voorkomen, verdienen deze vrij kleine en daardoor erg kwetsbare poelen bijzondere aandacht in het beheer, om deze kleine biotopen in stand te houden.
Besluit
Bovenstaande waarnemingsgegevens dienen slechts als een voorlopig resultaat beschouwd te worden, omdat tot nu toe slechts verkennend onderzoek werd uitgevoerd. Dit blijkt vooral uit het feit dat enkele in België zeer algemene soorten landslakken, zoals de Donkere glimslak Zonitoides nitidus, de Kelder-glansslak Oxychilus cellarius en het Boerenknoopje Discus rotundatus (nog) niet op de lijst voorkomen. De tot nog toe geïnventariseerde soorten zijn vrij algemene soorten voor dit deel van België, waarvan dus redelijkerwijs kon worden aangenomen dat ze op Wolvenberg zouden voorkomen.
Na deze eerste fase is het nu de bedoeling om de groep waarnemers alsook de frequentie en intensiteit van de waarnemingen uit te breiden. Dit moet toelaten om de verschillende biotopen (ook op de Brilschans) meer systematisch te onderzoeken, daarbij de kleine soorten niet over het hoofd te zien en meer aandacht te kunnen schenken aan de naaktslakken, om uiteindelijk tot een meer volledige soortenlijst te komen. Ook het totaal verschillen van de populaties zoetwaterslakken in de verschillende poelen verdient nog verdere aandacht.
|