<--menu top>-->
 

februari 2003 - Lichenenonderzoek op Wolvenberg

BERCHEM - Tijdens een Lichenenonderzoek dat Dries Van den Broeck in februari op zich nam werden op enkele uren tijd een 40 tal korstmossen genoteerd. Dit zal voor velen een verrassing zijn, omdat Wolvenberg midden in de stad ligt en er veel luchtvervuiling wordt verondersteld te heersen.
Het is dus toch niet een lichenenwoestijn, zoals gedacht werd. Opmerkelijke soort was het Vals dooiermos (Candelaria concolor), dat vorig jaar voor het eerst werd gezien in de Langdonken in Brabant. Dit is een zuidelijke soort die van de opwarming van de omgeving profiteert en zijn areaal uitbreid naar het noorden. Het zal zeker meer en meer gevonden worden. In Berchem groeide het met zuidexpositie op Schietwilg, een forse boom die veel korstmossen onderdak biedt.
Andere interessante zaken zijn Schors-olievlekje (Porina aenea) op een oude appelboom. Die had hijzelf nog niet gevonden en die is ook niet bekend uit het Vlaams district. Hetzelfde geldt voor Dunne blauwkorst (Porpidia soredizodes) op baksteen. Die kende Dries enkel vanuit Nederland en vanuit het Waals Gewest. De oudste muren op Wolvenberg zijn 130 jaar, maar ook 'recente' stenen zijn bewoond door korstmossen. Ook op dood hout groeien specifieke korstmossen. Er werd een ons onbekend licheen opgestuurd naar Nederland ter identificatie. Het groeide massaal op houten paaltjes. Volgens L. Sparrius betreft het hier Bacidia saxenii, een zeer zeldzaam organisme, tenminste als de graad van onderzoek deze conclusie toelaat. Het heeft nog geen Nederlandse naam. Ook de Brilschans werd onderzocht, en bracht minder soorten, en geen nieuwe aan het licht. Vooral de Kraakwilgen werden zeer nauw onderzocht. De schors wordt door nog meer korstmossen bewoond dan Schietwilg.
Het loont dus steeds de moeite je natuurgebied op veel manieren te onderzoeken. Biodiversiteit is de beste troef voor natuurbehoud.
Erik